Brood & Rozen gaat vreemd

Voor de virtuele expo Brood & Rozen gaat vreemd nodigden we bevriende erfgoedinstellingen uit om bijzondere stukken uit hun eigen collectie te delen die volgens hen resoneren met de betekenis van de legendarische slogan achter de naam van het tijdschrift: ‘We want bread and we want roses too’.

Sinds het begin van de twintigste eeuw staat die krachtige leuze wereldwijd symbool voor sociale rechtvaardigheid. Brood verwijst naar het recht op eerlijke lonen en bestaanszekerheid. Rozen staan voor alles wat het leven meer maakt dan enkel overleven: cultuur, natuur, onderwijs, schoonheid, vrijheid en gelijkwaardigheid. Samen drukken ze een verlangen uit naar een waardig en rechtvaardig bestaan. Een streven dat vandaag nog even relevant is als toen.

Brood & Rozen gaat vreemd brengt dankzij de enthousiaste medewerking van tal van erfgoedinstellingen een veelstemmige selectie van objecten, beelden, documenten en verhalen samen.

Op 15 oktober 1961 trok een opvallende betoging door La Louvière, georganiseerd door de Socialistische Jonge Wacht (SJW). De actie bracht een diverse groep linkse en pacifistische stemmen samen die zich verzetten tegen de groeiende militarisering in het klimaat van de Koude Oorlog. Centraal stond het pleidooi voor dienstweigering en universeel pacifisme, gesymboliseerd door het ‘gebroken geweer’. Deze foto uit het archief van het CegeSoma vangt een moment waarop een nieuwe, meer strijdbare vorm van pacifisme zich begon te manifesteren. 

Logo CEGESOMA

Op de foto van de betoging herkennen we op het balkon onder andere Stéphane Huvenne van de Brusselse afdeling van de Solidarité internationale antifasciste, Léon Hurez en Ernest Glinne, beiden volksvertegenwoordiger voor de Belgische Socialistische Partij, vooraanstaand pacifist en eerste gewetensbezwaarde van België Jean Van Lierde, en SJW-leden Georges Dobbeleer, Daisy Lenaerts, Hector Roland, Claude Thiry en Joseph Schoofs. Het was een periode waarin de leidinggevende organen van de Socialistische Jonge Wacht voornamelijk bestonden uit trotskisten, of hun zogenaamde ‘fellow-travellers’ zoals bijvoorbeeld Schoofs en Thiry.

De aanleiding van de betoging was de toenemende spanning tussen patriottische oudstrijders enerzijds, en de socialistische oudstrijders en de SJW anderzijds, concreet rond de dienstplicht in de context van de Koude Oorlog. De groep linkse betogers verzette zich tegen de militaristische logica en pleitte voor een herlancering van de Internationale van arbeiders. De dienstweigering en het idee van gewetensbezwaarde waren in volle opgang als pacifistisch strijdpunt. Daarom ook ging deze betoging door onder de symbolische vlag van het ‘gebroken geweer’ (zie op de affiche links ‘le fusil brisé 1921-1961), het universele symbool van pacifisme dat ontstond na de Eerste Wereldoorlog. Deze betoging en nieuwe pacifistische beweging begin jaren 1960 sloot daarmee aan bij een oudere pacifistische traditie, al nam ze nu een militantere vorm aan door de dienstweigering. Deze militante vorm van pacifisme begin jaren 1960 opent anno 2026 opnieuw een interessante discussie, in de context van hernieuwde oorlogsretoriek en de verhoogde wervingen voor het Belgisch leger. 

(Cegesoma, Collectie Jean van Lierde, beeld nr. 125471)

--- 

Het CegeSoma is het Belgische expertisecentrum voor de geschiedenis van de conflicten van de twintigste eeuw. 

Naar de website van CegeSoma