Brood & Rozen gaat vreemd

Voor de virtuele expo Brood & Rozen gaat vreemd nodigden we bevriende erfgoedinstellingen uit om bijzondere stukken uit hun eigen collectie te delen die volgens hen resoneren met de betekenis van de legendarische slogan achter de naam van het tijdschrift: ‘We want bread and we want roses too’.

Sinds het begin van de twintigste eeuw staat die krachtige leuze wereldwijd symbool voor sociale rechtvaardigheid. Brood verwijst naar het recht op eerlijke lonen en bestaanszekerheid. Rozen staan voor alles wat het leven meer maakt dan enkel overleven: cultuur, natuur, onderwijs, schoonheid, vrijheid en gelijkwaardigheid. Samen drukken ze een verlangen uit naar een waardig en rechtvaardig bestaan. Een streven dat vandaag nog even relevant is als toen.

Brood & Rozen gaat vreemd brengt dankzij de enthousiaste medewerking van tal van erfgoedinstellingen een veelstemmige selectie van objecten, beelden, documenten en verhalen samen.

AVG Carhif - het archief- en onderzoekscentrum voor vrouwengeschiedenis - zond ons Verloren brood: je huishouden, je leven? (1977), het eerste nummer van de LeF-cahiers. LeF stond voor Links en Feministisch, een collectief dat in de jaren 1970 een belangrijke bijdrage leverde aan het feministisch debat in Vlaanderen. De publicatie onderzoekt het huishouden als plaats van onzichtbare arbeid, ongelijkheid en maatschappelijke structuren. Vanuit verschillende invalshoeken en met aandacht voor persoonlijke ervaringen legt het cahier de fundamenten bloot van een bredere feministische analyse van arbeid, zorg en emancipatie.

AVG Carhif - Verloren brood: je huishouden, je leven?

Verloren brood: je huishouden, je leven?

Een cahier van LeF (Links en Feministisch), 1977.

“Het vrouwenprobleem is kompleks, veelvuldig, verward, ekonomisch, sociaal, politiek, alledaags, huiselijk, maatschappelijk, fysisch, pijnlijk, psychisch, kwetsend, hemeltergend, vermoeiend, saai, afgezaagd, vervelend en nog zo veel meer. Het vrouwenprobleem is.

Het is moeilijk het uit te rafelen. […] Het is moeilijk omdat het een stuk onbewust geluk en een stuk onbewuste ellende is, omdat het ingeschakeld werd in grote sistemen en denkpatronen.
En nochtans is het noodzakelijk het uit te rafelen […]. En nochtans is het noodzakelijk de losse draden ervan op te nemen om ze een voor een te ontdoen van hun balast; om ze te bestuderen. Het is noodzakelijk omdat het ook hier om het meest essentiële van ons leven gaat, omdat het zich voor eenieder – bewust of onbewust stelt, omdat het om onze alledaagsheid gaat”. 

Zo begon Chantal De Smet Verloren brood: je huishouden, je leven?, het eerste nummer van de LeF-cahiers. LeF stond voor Links en Feministisch en was de naam van een collectief dat in totaal negen thema-cahiers zou uitgeven. Chantal De Smet, eerder één van de drijvende krachten achter Dolle Mina Gent, was er de geestelijke moeder van. Ze broedde op een Vlaams alternatief voor de Cahiers du GRIF, een feministisch tijdschrift dat sinds 1973 in Franstalig België (en ver daarbuiten) een stevige reputatie had als plaats van feministische kennisproductie. “Elke beweging, elke ideologische stroming, heeft immers nood aan een stuk theorievorming, aan een eigen publicistische geschiedenis”, stelde Chantal De Smet in de brief waarmee ze in juni 1975 feministische geestesgenoten warm maakte voor het project.

In 1977 lag het eerste nummer er, niet toevallig gewijd aan “het huishouden”, of het onbetaalde en ondergewaardeerde reproductieve werk van (vooral) vrouwen. De feministische beweging van de jaren 1970 had een hele kluif aan dat thema. Ze zette het ideaalbeeld van de vrouw-als-engel-van-het-huisgezin af tegen de realiteit van vaak repetitief, saai en eenzaam werk, dat evenwel fundamenteel was om de samenleving draaiend te houden en ook prachtige kanten had, of kon hebben, bijvoorbeeld in het zorgen voor kinderen.

Verloren brood bevat typische elementen van feministisch denkwerk in de jaren 1970. De redactieleden werkten collectief, en vertrokken van discussieteksten waarnaar ze op verschillende momenten in het schrijfproces teruggrepen. Ze bekeken de kwestie vanuit verschillende invalshoeken: politiek, economisch, psychologisch, historisch… Door getuigenissen toe te voegen, koppelden ze de maatschappelijke analyses aan concrete ervaringen. Ze droegen oplossingen aan: kleinschalig en meteen toepasbaar, zoals kinderopvang en andere collectieve diensten, of ambitieus, zoals een collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon. Een kortere werkweek gaf iedereen immers de mogelijkheid om zorgarbeid en betaald werk te combineren. 

LeF was links: de situatie van de vrouwen kwam niet uit toeval voort, maar grondde in “deze maatschappij die onvrij is, onderdrukkend en uitbuitend. De situatie van de vrouw kan slechts veranderen in een andere, in een socialistische maatschappij”.

Tussen 1978 en 1981 volgden nog acht cahiers, over kinderopvang, arbeid, samenleefvormen, kunst, gekte / psychiatrie, lesbische vrouwen en mannen.

---

Het AVG is een archief- en onderzoekscentrum dat zich toelegt op vrouwen- en gendergeschiedenis. 

Naar de website van AVG Carhif