Sociale bewegingen

Anarchisme, antiglobalisme, feminisme en genderbeweging, HOLEBI, studentenbeweging, derdewereldbeweging, vredesbeweging, antiracisme en antifascisme, abortus- en anticonceptie-beweging, macrobiotiek en vegetarisme, naturisme, antikernenergiebeweging, fietsersbeweging, mensenrechtenbeweging, vierdewereldbeweging, dokterscoöperaties en wijkgezondheidscentra, …

Wist je dat nogal wat Belgen een rol hebben gespeeld in de ontstaansjaren van Amnesty International? Dat de eerste grote internationale vergadering van Amnesty International in België was, in een kasteel nabij Brugge? Dat het woord 'International' in de naam van Amnesty er gekomen is omwille van de Vlaamse amnestiekwestie? Lees hier alles over de pioniersjaren van Amnesty International Vlaanderen, met talrijke interviewfragmenten van de oprichters.

Amnesty International Vlaanderen - de pioniersjaren
door Gert Verdonck, met bijzondere dank aan Bram De Scheemaeker

Inhoud

Inleiding

Amnesty International Vlaanderen, en vele van haar pioniers, hebben archiefstukken, documenten en audiovisueel materiaal toevertrouwd aan Amsab-ISG. Op basis hiervan en aan de hand van een aantal eigen interviews biedt deze pagina een inkijk in het ontstaan, de groei en de groeipijnen in de eerste decennia van Amnesty International, die in 2026 haar 65-jarige bestaan viert. We leggen hierbij de focus op Amnesty International Vlaanderen.
We brengen de pioniersjaren in beeld aan de hand van interviews met de pioniers van Amnesty International, of met de mensen die hen hebben gekend. Zo kunnen we een glimp opvangen van de personen die aan de wieg stonden, van hun motieven en sociaal engagement. In de eerste jaren zijn de belangrijkste inhoudelijke en organisatorische fundamenten vastgelegd, zeg maar het karakter van de organisatie, die tot op vandaag mee de werking en strategie bepalen.
De stichting van Amnesty International vindt plaats in Londen en de start is officieel 8 oktober 1961. Op die dag wordt de beslissing genomen tot het oprichten van een permanente organisatie om Benensons 'Appeal for Amnesty' te bestendigen. Het verhaal begint immers bij het verschijnen van Peter Benensons artikel 'The Forgotten Prisoners' in de Britse krant The Observer, waarin hij zijn Appeal for Amnesty lanceert. Een eerste vergadering in Londen volgt op 28 mei 1961.  
Al vanaf het beginjaar 1961 zijn Vlamingen betrokken bij de activiteiten en de uitbouw van de organisatie. Dat is dus lang voor de officiële oprichting van een Belgische sectie van Amnesty International in 1973, en de latere opsplitsing in 1977 in een Vlaamse en een Franstalige sectie. De betekenis van Amnesty International Vlaanderen voor de pioniersjaren van de internationale moederorganisatie is uitzonderlijk interessant. Het is het engagement van de Vlaamse pioniers dat hier verder in de schijnwerpers wordt gezet. Wie meer wil lezen over de internationale ontwikkelingen kan terecht bij Making Amnesty International van Michelle Carmody, dat de activisten belicht die Amnesty International wereldwijd uitbouwen tussen 1961 en 2001.
In een eerste rubriek belichten we twee internationale pioniers omdat zij uitzonderlijke contacten hadden met de Vlaamse pioniers: oprichter Peter Benenson en Martin Ennals, de eerste betaalde secretaris-generaal. Een tweede, derde en vierde rubriek laten getuigen aan het woord over de Vlaamse protagonisten van de beweging in de jaren 1960. De volgende rubrieken belichten achtereenvolgens het ontstaan van de eerste duurzame lokale Amnesty-groepen, het zogenaamde mandaat van Amnesty International en de belangrijkste campagnes, de financiële onafhankelijkheid en samenwerking met andere organisaties, de rol van de pers, en tot slot een bekroning in de vorm van de Nobelprijs voor de Vrede.

Terug naar de inhoudsopgave

Pioniers Amnesty International: Peter Benenson, Martin Ennals

Het ontstaan in 1961, de aanvankelijke groei en de enigszins moeizame beginperiode van Amnesty International kunnen niet los gezien worden van de politiek-maatschappelijke context rond mensenrechten. In de naoorlogse periode en in de geest van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 worden een aantal verdragen gesloten rond mensenrechten, maar ook instellingen en organisaties opgericht die de nieuwe waarden en normen zullen omkaderen. Zoals andere mensenrechtenbewegingen in de jaren 1960 en 1970 wordt Amnesty International gerekend tot de nieuwe sociale bewegingen, en zoekt ze een plaats in het maatschappelijke middenveld. Met acties en in samenwerking met andere drukkingsgroepen tracht ze de publieke opinie en het overheidsbeleid te beïnvloeden. 
Amnesty International kent geen gemakkelijke start na haar oprichting in 1961. Er komen al snel afdelingen in een aantal buurlanden, maar veel van deze landelijke secties ervaren een dipje in de werking in de jaren 1960 en ook het internationaal bestuur in Londen moet na tien jaar een nieuw elan vinden. Kenmerkend voor de vernieuwde organisatie is het leunen op basisgroepen. Het is groeien met vallen en opstaan. Een nieuw soort middenveldorganisatie, stevig democratisch gestoeld en met internationale ambitie krijgt langzaam vorm.
In de loop van jaren 1960 komt er een internationaal secretariaat in Londen tot stand en worden de doelstellingen duidelijker afgebakend.

Peter Benenson

Peter Benenson
Peter Benenson (Copyright Niël Meyer - Collectie Amsab-ISG, fo031333)
Peter Benenson was als puber al zeer sociaal gedreven en zijn opleiding als jurist bracht hem nog dichter bij het bestrijden van alle vormen van onrecht en het verdedigen van alle mensenrechten. Dat zijn moeder bevriend was met Eleanor Roosevelt is daarenboven wellicht ook niet vreemd aan zijn maatschappelijke bewogenheid. 
Met Amnesty International was Peter Benenson niet aan zijn proefstuk toe. Hij zette zich voor de jaren 1960 al actief in op diverse domeinen van mensenrechten. Uit een korte biografie van zijn sociaal activisme onthouden we zijn verdediging van vakbondsmilitanten in het fascistische Spanje van de jaren 1950, zijn ondersteuning van advocaten in Grieks Cyprus en zijn bijdrage tot het sturen van waarnemers voor de mensenrechten naar Zuid-Afrika en Hongarije. Het oprichten van een brede, onafhankelijke en wereldwijde mensenrechtenorganisatie was een logische verderzetting van zijn engagement. Het allereerste secretariaat van Amnesty is in de pioniersjaren gehuisvest in de kelder van Benensons kantoor in Mitre Court, in het centrum van Londen. 
De mythe rond de oprichting van Amnesty International toont de diepe bewogenheid van advocaat en activist Peter Benenson. 
De mythe en een mythe is het zeker geworden van de oprichting van Amnesty International is ondertussen genoegzaam bekend. Een Brits advocaat, Peter Benenson zat op een ochtend in november 1960 in de Londense ondergrondse op weg naar zijn kantoor The Daily Telegraph te lezen. Zijn oog viel op een artikeltje over twee studenten in het Portugal van dictator Antonio Salazar die, na een dronk te hebben uitgebracht op de vrijheid, verklikt werden en veroordeeld werden tot zeven jaar gevangenisstraf. Woedend stapte hij enkele haltes vroeger uit en hij begaf zich naar de beroemde kerk St. Martin-in-the-Fields op de hoek van Trafalgar Square om na te denken en te bidden. Een idee begon zich te vormen in zijn hoofd: een wereldwijde campagne voor politieke gevangenen. Hij legde het idee voor aan een aantal vrienden en ze besloten de campagne Appeal for Amnesty, 1961 te noemen. Zes maanden later, op 28 mei 1961, verscheen het artikel The Forgotten Prisoners in de Britse zondagskrant The Observer. De reactie van het publiek was overweldigend.
Bram De Scheemaeker, De flakkerende vlam, p. 20.
Naast de mythe zijn er de feiten, maar vooral ook de impact. Getroffen door de arrestatie van twee Portugese studenten die een toast uitbrachten op de vrijheid publiceerde Peter Benenson samen met vrienden een vlijmscherp artikel in The Observer op zondag 28 mei 1961. Het artikel ging over gevangenen omwille van kwesties rond geweten en politieke overtuigingen en het was meteen een oproep: een Appeal for Amnesty! En die oproep werd ruim gehoord en gevolgd.
On both sides of the Iron Curtain, thousands of men and women are being held in gaol without trial because their political or religious views differ from those of their Governments. Peter Benenson, a London lawyer, conceived the idea of a world campaign, Appeal for Amnesty, 1961, to urge Governments to release these people or at least give them a fair trial. The campaign opens today, and The Observer is glad to offer it a platform.
Appeal for Amnesty, uit 'The Forgotten Prisoners', The Observer, 28 mei 1961.
Het artikel krijgt een zeer grote respons. Enkele weken later, op 22 en 23 juli 1961, vond in Luxemburg een internationale vergadering plaats met deelnemers uit onder meer Frankrijk, Duitsland, België, Ierland en Groot-Brittannië. Er werden afdelingen opgericht in Zwitserland en Griekenland. Nog voor het jaareinde toonde ook Australië belangstelling en werd in New York een voorlopig comité opgericht.
The Observer, 28 mei 1961
'The Forgotten Prisoners', The Observer, 28 mei 1961 (Collectie Amnesty International UK)
Als stichter en grote bezieler van Amnesty Internationaal blijft Peter Benenson jarenlang actief en hij heeft een speciale betekenis gegeven aan de kaars als symbool van licht in de duisternis.
Ooit waren de concentratiekampen en de duivelse oorden van de wereld in duisternis gehuld. Nu worden ze verlicht door het licht van de Amnesty-kaars, de kaars in prikkeldraad. Toen ik voor het eerst de Amnesty-kaars aanstak, dacht ik aan het oude Chinese spreekwoord: "Het is beter een kaars aan te steken dan de duisternis te vervloeken."
Peter Benenson, 1994
In een interview in 1994 legt Peter Benenson uit hoe hij tot de beslissing kwam om actie te ondernemen voor gewetensgevangenen en waarom hij wereldwijd verzet voor ogen had.
Peter Benenson over het begin van Amnesty International, 1994 (video, 2 min.) (Copyright World Images, Dominique O’Regan, Bristol - Collectie Amnesty International, London)
Peter Benenson wist veel mensen te inspireren en te activeren, waaronder in Vlaanderen Herman Todts, Louis Kiebooms en Hendrik Verjans. Deze toen nog jonge mannen vonden elkaar in de Vlaamse beweging, de politiek en in hun wens om amnestie te bekomen voor aan de collaboratie verwante maar geweldloze daden.

Martin Ennals

Martin Ennals uit video AI Nederland 1998
Martin Ennals, still uit video van Amnesty International Nederland, 1998 (Collectie Amsab-ISG)
Amnesty maakt in de tweede helft van de jaren 1960 internationaal een moeilijke periode door. Maar uit de crisisjaren, of misschien wel dankzij de crisis, wordt in de jaren 1970 een sterke internationale organisatie uitgebouwd. Dat is het werk van Martin Ennals, een man met internationale ervaring in leidinggevende functie van niet-gouvernementele organisaties. 
In 1968 wordt Martin Ennals de eerste secretaris-generaal van Amnesty International. Voordien was hij algemeen secretaris van de Anti-Apartheidsbeweging en de National Council for Civil Liberties in Groot-Brittannië. Een man met politieke ervaring, maar ook met ervaring in het omgaan met grote organisaties. Martin Ennals is de eerste bestuurder binnen Amnesty International die zijn aandacht voornamelijk richtte naar het internationale werkterrein.  
Martin Ennals richt zich expliciet tot een bredere groep activisten. Daarin verschilt hij op verschillende punten van mening met Benenson. De laatste is sterk geïnspireerd door het universalisme van de mensenrechten, dat wil zeggen mensenrechten zijn ondeelbaar en gelden voor iedereen. Martin Ennals daarentegen wil een brug slaan tussen linkse en liberale overtuigingen en zich meer internationaal richten op gebeurtenissen in de voormalige gekoloniseerde wereld. Het internationalisme van de late jaren 1970 verklaart mee de grote doorbraak van de kwestie van de mensenrechten, ook binnen Amnesty International. Een aantal feiten ondersteunen de groeiende interesse voor mensenrechten: de aanslepende Vietnamoorlog, de coup van Augusto Pinochets in Chili, en de Amerikaanse president Jimmy Carter die van mensenrechten een kernpunt van zijn beleid maakt. Mensenrechten waren voordien eerder een marginaal fenomeen naast de echte staatszaken. 
De meer traditionele Amnesty-taken worden onder leiding van Martin Ennals uitgebreid met nieuwe initiatieven, waaronder de "Urgent Actions". Zo kan een breder publiek worden bereikt en de werkmethodes worden geperfectioneerd. Eveneens onder leiding van Ennals is ook het Amnesty European Office opgericht om de mensenrechten ook op Europees niveau op de politieke agenda te zetten. Het Amnesty Bureau van de Europese Instellingen richt zich op besluitvormers in de Europese Unie en de Raad van Europa met het oog op het beschermen van mensenrechten. 
In een interview uit 2025 vertelt Willy Laes, de eerste officiële voorzitter van Amnesty International Vlaanderen, over de belangrijke rol van Martin Ennals bij de uitbouw van Amnesty International. 
Willy Laes over Martin Ennals, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 6 min.) (Collectie Amsab-ISG) 
Martin Ennals: Een groot verdediger van de mensenrechten, video van Amnesty International Nederland, 1998 (video, 21 min.) (Collectie Amsab-ISG) 

Terug naar de inhoudsopgave

Pioniers AI Vlaanderen: Herman Todts, Louis Kiebooms, Hendrik Verjans

In Vlaanderen is de interesse voor de nieuwe organisatie in 1961 deels christelijk en deels Vlaams geïnspireerd. De pioniers van de jaren 1960 vinden elkaar in het Verbond van het Vlaams Verzet (VVV), een katholiek geïnspireerde organisatie. Het VVV ijverde in de jaren 1950 voor amnestie of amnestiërende maatregelen voor de collaborateurs van de Tweede Wereldoorlog, vooral dan voor hen die geen geweld hadden gebruikt en die zij als ‘gewetensgevangenen’ zagen. 
Vanaf eind jaren 1960 - en zeker na de gebeurtenissen van Mei 1968 - groeit er binnen Amnesty International steeds meer belangstelling voor linksere en eerder socialistische maatschappijvisies. Amnesty International Vlaanderen gaat in 1961 vas start met Herman Todts, Louis Kiebooms en Hendrik Verjans als protagonisten, die samen met Peter Benenson ook internationaal een belangrijke spelen. 
Nog geen acht weken na The Forgotten Prisoners ontmoetten afgevaardigden uit Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Ierland, België, Zwitserland en de VS elkaar op 22 en 23 juli in café Carrefour in Luxemburg voor wat de eerste vergadering van het Amnesty International Commité moest worden. België werd vertegenwoordigd door Louis Kiebooms, Antwerps parlementslid voor de CVP en burgemeester van Wilrijk. Samen met publicist en historicus Herman Todts zou Kiebooms in de eerste jaren een niet onaanzienlijke rol spelen binnen de beweging. (...) Op deze eerste vergadering besloot men dat de éénjarige campagne omgevormd moest worden tot een permanente beweging die zou ijveren voor de verdediging van de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. 
Bram De Scheemaeker, De flakkerende vlam, p. 28.
Al in de eerste jaren van Amnesty zijn er intensieve contacten tussen Belgen en Britten, en in het bijzonder met Benenson. De contacten waren niet alleen in functie van het werk voor Amnesty. Getuigenissen wijzen op een zeer goede verstandhouding tussen Kiebooms en Benenson. Benenson ontmoette verschillende keren Kiebooms, bij de laatste thuis of in Antwerpen, in een aantal gevallen met Herman Todts erbij. Naar aanleiding van het congres in Male (zie verder) bezocht Benenson samen met de echtparen Kiebooms en Todts Vlaanderen. In Brugge waren ze te gast voor een diner op het bisschoppelijk paleis. De hulpbisschop was overigens een broer van mevrouw Kiebooms.
Hanneke Verploeg over Herman Todts en Louis Kiebooms en hun contacten met Peter Benenson, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Jezus-Eik, 2 februari 2001 (audio, 7 min.) (Collectie Amsab-ISG) 
Een vroege internationale bijeenkomst van de jonge organisatie vond plaats in België op 28 september 1962. Op de vergadering in het kasteel van Male nabij Brugge waren meer dan zestig deelnemers aanwezig die drie dagen vergaderden rond het thema van hulp aan de vervolgden van de wereld. De delegaties kwamen uit veertien landen: België, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Australië, Sri Lanka, Cuba, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Ierland, Nederland, Zuid-Afrika en Zweden. Er waren ook waarnemers van elf organisaties, waaronder de Raad van Europa, de Internationale Commissie van Juristen, en de Liga van de Rechten van de Mens. In het BRT-journaal van 29 september 1962 werd kort verslag gedaan met beelden van het congres Hulp aan de vervolgden van Amnesty International in het slot van Male in Brugge. We zien brochures van Amnesty International en auto’s met nummerplaten uit verschillende landen. Een buitenbeeld van het slot van Male zoomt in op een raam van het kasteel, de aanwezigen op het congres, de sprekerstafel en toehoorders. We zien een toespraak van Kamerlid Kiebooms. 
In de verdere jaren 1960 worden de initiatiefnemers in beslag genomen door professionele verantwoordelijkheden en nemen de activiteiten voor Amnesty International af. Er is ook geen directe opvolging. Van de Vlaamse pioniers blijft Herman Todts het langst actief binnen de Belgische sectie van Amnesty International. In september 1977 verschijnen dan de statuten van Amnesty International Vlaanderen in het staatsblad. Herman Todts tekent mee de statuten. Louis Kiebooms intussen blijft ook in de jaren 1970 steun verlenen, onder meer wanneer hij als lokale politicus ervoor zorgt dat ook Amnesty International een beroep kan doen op gesubsidieerde alternatieve tewerkstelling.

Herman Todts

Herman Todts
Herman Todts (Collectie Amsab-ISG, schenking van Anneleen Todts)
Herman Todts studeerde geschiedenis en politieke en sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Gent. Omdat hij aan het einde van de oorlog hulp verleend had aan een bevriende student die in de collaboratie actief was geweest, verloor hij kort na de oorlog voor enige tijd zijn burgerrechten. Later was hij actief in het bedrijfsleven, en nog later legde hij zich toe op de politiek. Daarnaast kwam hij vooral in de belangstelling als kroniekschrijver van de naoorlogse Vlaamse Beweging. Hij was ook actief in het Verbond van het Vlaams Verzet, en zijn streven naar amnestie bracht hem op het pad van Peter Benenson.
Yolande Todts-de Pillecyn over Herman Todts, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Deurne, 5 april 2001 (audio, 2 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Herman Todts zocht contact met Peter Benenson na het lezen van het artikel "The Forgotten Prisoners" en was vooral getroffen door het idee van amnestie voor gewetensgevangenen. Het was zijn overtuiging dat heel wat mensen die tijdens de oorlog steun aan de collaboratie hadden gegeven, dit enkel "vanuit een opinie of overtuiging" hadden gedaan, zonder zelf geweld te gebruiken. Dat waren in zijn ogen dan "gewetensgevangenen" zoals de forgotten prisoners. Door het contact met Peter Benenson werd Todts actief betrokken bij de oprichting van Amnesty International, samen met prominenten zoals Sean McBride, Lois Kiebooms, Nicolas Jacob, Hajo Wandschneider en Bent Knudsen. 
De betrokkenheid van Todts bij de internationale Amnesty-beweging staat vast op het ogenblik dat hij en Kiebooms bevestigden dat ze aanwezig zouden zijn op de Tweede Internationale Planningsvergadering van het Amnesty International Committee in Londen op zondag 8 oktober 1961. Todts koos een goed moment voor zijn officiële introductie, want het belang van deze vergadering voor de beweging kan nauwelijks overschat worden. Hier viel immers de beslissing tot het oprichten van een permanente organisatie om het succes van de Appeal for Amnesty voor de toekomst veilig te stellen. 8 oktober 1961 moet daarom gezien worden als de eigenlijke start van wat later Amnesty International zou worden. 
Bram De Scheemaeker, De flakkerende vlam, p. 30.
Samen met de andere Vlaamse pioniers Kiebooms en Verjans, woont Todts in 1962 de tweede internationale vergadering van Amnesty bij, gehouden in het kasteel van Male. Op die vergadering krijgt Amnesty haar definitieve naam, Amnesty International. De baseline blijft an international movement for freedom of opinion and religion, zoals reeds besloten op de vorige AI-meeting in juli 1961. In het AI-jaarverslag van 1965 wordt Herman Todts als hoofdcontactpersoon voor België genoemd. Todts is internationaal zeer actief, op conferenties en vergaderingen in Londen, Berlijn en Hamburg. Hij is ook aanwezig op de internationale Raad in Scheveningen, de meeting in Straatsburg, en het overleg met de Raad van Europa op de Europa-dag op 5 mei 1966. Herman Todts neemt in 1966 nog samen met Louis Kiebooms deel aan de internationale vergadering in Kopenhagen. Maar ook op Vlaams niveau en aan de basis is Todts actief. Hij richt een eerste lokale groep op die enkele jaren actief blijft en werkt voor gevangenen in Spanje, Cuba en Columbia. Er worden regelmatig brieven en kaarten verstuurd. Werken voor een gevangene betekende naast het aanschrijven van autoriteiten ook eventueel ondersteuning indien nodig. Het engagement van Herman voor Amnesty International wordt losser op het moment dat hij zich meer en meer politiek engageert. 

Louis Kiebooms

Louis Kiebooms
Louis Kiebooms (Collectie KADOC-KU Leuven, fotocollectie KFA1645)
Louis Kiebooms was tijdens de Tweede Wereldoorlog een katholieke weerstander en overleefde een concentratiekamp. Na de oorlog werd hij lid van het Verbond van het Vlaams Verzet, en als volksvertegenwoordiger was hij een prominente pleitbezorger voor de mildering van de repressie. Kiebooms – zelf slachtoffer van het Nazisme – veroordeelde uiteraard de collaboratie, maar het ging volgens hem dikwijls om opiniedelicten, om politieke of culturele ideeën. Hij pleitte niet voor amnestie in de betekenis van kwijtschelding van straf maar voor "amnestiërende maatregelen". Hij kwam op voor amnestie voor niet-gewelddadige delicten, op manifestaties waar ook partijgenoot en medelid van het Verbond van het Vlaams Verzet, Herman Todts, aan deelnam. Louis Kiebooms werkte mee aan vele initiatieven ten gunste van oorlogsslachtoffers. Een rol die niet altijd in dank werd aangenomen en ook binnen de Vlaamse Beweging vaak werd gecontesteerd.
In de VRT-reeks Kinderen van het Verzet getuigt dochter Bernadette Kiebooms over de strijd voor amnestie van haar vader en de hevige reacties vanuit de Vlaamse Beweging. Bernadette Kiebooms schreef ook mee aan het boek Louis Kiebooms, christendemocratisch journalist en politicus: Vijf jaar politieke gevangene en voorvechter van de amnestiegedachte. De strijd voor amnestiërende maatregelen na de Tweede Wereldoorlog was de rechtstreekse aanleiding voor Louis Kiebooms om contact te zoeken met Peter Benenson. 
Bernadette Heylen-Kiebooms over Louis Kiebooms bij Amnesty International, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Boechout, 25 april 2001 (audio, 9 min.) (Collectie Amsab-ISG)

In 1961 was Louis Kiebooms samen met andere Vlaamse pioniers en met de Britse jurist Peter Benenson een van de initiatiefnemers van Amnesty International. Zijn werk was activistisch en organisatorisch. De biografie van Louis Kiebooms beschrijft hoe deze al in 1961 Benenson ontmoet en deelneemt aan de allereerste internationale vergadering in Luxemburg. Kiebooms werd zo ook een van de voornaamste protagonisten van de oprichting van een Belgische afdeling. Ook bij de tweede internationale conferentie van Amnesty, waar ook de naam definitief werd vastgelegd als Amnesty International, speelde Kiebooms een belangrijke rol. Kiebooms vormde samen met Todts en Verjans een belangrijk team in de uitbouw van de organisatie van Amnesty International. 

Alhoewel zeer christelijk en gedreven door de hoop op amnestiërende maatregelen hadden de pioniers van de jaren 1960 ook al oog voor de nood aan neutraliteit op politiek vlak en openheid van Amnesty International voor andersdenkenden.  

Amnesty is al heel lang neutraal, moet ook neutraal zijn, maar het is begonnen door mensen die christelijk geïnspireerd waren. Toen ik na vijftien jaar Afrika terug in België kwam wonen, was Amnesty al heel lang bezig en dat christelijk gedachtegoed was niet meer aan de orde. Maar destijds, in 1962, de eerste vasten na de oprichting, was er zelfs een gebed gemaakt, voor Passiezondag. Papa heeft altijd gevonden dat hij niet alleen christenen, katholieken, of CVP-ers voor zijn gedachtegoed moest winnen. Het moest iets zijn waarin alle partijen zich konden vinden. Toen werd er ook nog veel meer over een linkse of een rechtse kant gesproken. Hij wilde echter ook het linkse kamp overtuigen. Voor hem was de verzoening niet partijpolitiek gebonden. Daarin is hij niet echt geslaagd. Hij probeerde ook andersdenkenden op humanistische gronden voor deze zaak te winnen.
Bernadette Kiebooms uit interview met Bram De Scheemaeker, (2001)  

Louis Kiebooms was voor en tijdens de oorlog hoofdredacteur van de Gazet van Antwerpen, en na de oorlog actief lid van het Verbond van het Vlaams Verzet. Later werd hij politiek actief als CVP-gemeenteraadslid, burgemeester van Wilrijk en volksvertegenwoordiger. Kiebooms gebruikte zijn politieke invloed voor Amnesty International. Over de ledenwerving in Vlaanderen getuigde Bernadette Kiebooms in een interview met Bram De Scheemaeker. In de eerste plaats was er belangstelling in kringen van het Vlaams verzet. Verder kregen de activiteiten en de internationale congressen van Amnesty International heel wat publiciteit, niet in het minst in de vorm van krantenartikels zoals in de Gazet van Antwerpen waar Kiebooms hoofdredacteur was. Kiebooms sprak ook zijn politieke contacten aan in het parlement, en kon al eens een minister overtuigen om aan een lezing mee te werken. Ook later, toen Louis Kiebooms niet meer actief was binnen de organisatie van Amnesty International, bleef hij aanspreekbaar voor logistieke ondersteuning.

Willy Laes over hoe Kiebooms ervoor zorgde dat Amnesty International Vlaanderen gewetensbezwaarden kon aanwerven, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 1 min.) (Collectie Amsab-ISG) 

Hendrik Verjans

Bij de eerste Vlaamse contacten met Amnesty International was ook Hendrik Verjans betrokken. Verjans was actief in de Vlaamse beweging en kende Louis Kiebooms en Herman Todts. Hendrik Verjans was een ambtenaar in het Belgisch parlement. Er is over zijn betrokkenheid wel minder geweten dan over de andere pioniers. 
De bijdrage van Verjans zou vooral gelegen zijn in administratieve werkzaamheden. Verjans vervulde zowat de rol van secretaris van de prille organisatie. Hij zorgde ervoor dat de informatie van het internationale vlak doorstroomde naar de leden, hij bereidde contacten met de pers voor en hielp mee de internationale bijeenkomsten te organiseren. Naar verluidt werkte Hendrik Verjans eerder op de achtergrond, maar zijn secretariaatswerk maakte het andere werk door Todts en Kiebooms haalbaar binnen hun drukke activiteiten.
Bernadette Heylen-Kiebooms over de samenwerking tussen Todts, Kiebooms en Verjans, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Boechout, 25 april 2001 (audio, 6 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Er is ook het verhaal dat Verjans een bijdrage leverde aan het ontwerp van de kaars in de prikkeldraad, intussen een icoon van Amnesty International. Verjans zou voor een ontwerp hebben gezorgd, aldus een verhaal in de krant De Morgen naar aanleiding van de veertigste verjaardag van Amnesty International. De officiële versie schrijft het idee toe aan Benenson. Het symbool zelf, de kaars met prikkeldraad, zou van de hand zijn van de bevriende Britse kunstenares Diana Redhouse. De bijdrage van Verjans gaat wellicht niet verder dan het idee om een kaars als symbool te nemen, nadat Benenson op de proppen kwam met het Chinese spreekwoord: "Het is beter een kaars aan te steken dan de duisternis te vervloeken" (naar Lao Tse). Diana Redhouse combineerde twee herkenbare beelden. De kaars staat voor het doel van de organisatie: licht werpen op de politieke gevangenen en zich inzetten om de gevangenen hoop te geven op een eerlijk proces en waar mogelijk vrijlating. Prikkeldraad staat voor het onrecht van onterechte gevangenschap. Het logo is in 1963 ontworpen en in dat jaar voor het eerst als Amnesty-kerstkaart gebruikt.
Amnesty symbool 1963
Origineel ontwerp uit 1963 van het logo van Amnesty International, door Diana Redhouse (De Morgen, 8 mei 2001)

Terug naar de inhoudsopgave

De eerste voorzitters: Hanneke Verploeg, Willy Laes

Eind de jaren 1960 en vooral in de jaren 1970 krijgt Amnesty International in Vlaanderen een tweede adem en wordt de organisatie uitgebouwd. Na een eerste en eerder officieuze voorzitter, Hanneke Verploeg, wordt Amnesty International Vlaanderen een aparte sectie en krijgen de structuren vorm onder het voorzitterschap van Willy Laes. De amnestiekwestie steekt nog af en toe de kop op, maar de organisatie wordt duidelijk divers en internationaler. 
Hanneke Verploeg neemt eind de jaren 1960 de draad weer op, na een moeilijke start in de beginjaren 1960 en de officiële stopzetting in juli 1968 van Amnesty International in Vlaanderen. Ook een groep jongeren in Brussel zet zich aan het schrijven. Beide initiatieven betreffen schrijfacties die vooral gevoed worden door de Nederlandse sectie, zonder dat het echte adoptiegroepen worden. De jongeren, met juriste Marijke Wesseling als secretaris, krijgen hun informatie ook rechtstreeks van het secretariaat in Londen. In het Franstalige landsgedeelte steunt de Liga voor Mensenrechten een adoptiegroep, die eveneens haar informatie rechtstreeks van Londen krijgt. Hanneke blijft nog jaren actief betrokken bij Amnesty International Vlaanderen, was de eerste officieuze voorzitter toen er nog geen eigen Vlaamse sectie was.
Willy Laes sluit begin de jaren 1970 aan en neemt in 1974 nationale verantwoordelijkheden op. In 1977 verhuist het secretariaat onder zijn initiatief naar Leuven en wordt het professioneel uitgebouwd, eerst met vrijwilligers en later met betaalde krachten. Willy is voorzitter van 1978 tot 1984, en blijft tot zijn overlijden in 2025 een actief lid van Amnesty International Vlaanderen met zeer verschillende verantwoordelijkheden in de loop van de jaren. 
Hanneke en Willy en ook de volgende voorzitters zijn van uiteenlopende politieke overtuigingen, maar over de thema's van Amnesty International zijn ze het eens.
Hanneke Verploeg schetst de profielen van eerste voorzitters, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Jezus-Eik, 2 februari 2001 (audio, 2 min.) (Collectie Amsab-ISG)
De heropstart van Amnesty International in Vlaanderen in de jaren 1970 staat los van de eerste activiteiten in de jaren 1960, en heeft ook een ander karakter. De amnestiekwestie komt nog wel ter sprake, maar niet op initiatief van de nieuwe generatie pioniers. Integendeel, de organisatie richt zich nu volop op gewetensgevangenen en mensenrechtenschendingen wereldwijd. Het zijn de nieuwe leden die sporadisch de amnestiekwestie op de agenda willen zetten, maar het thema wordt telkens afgeblokt. De Vlaamse sympathisanten van Amnesty International in de jaren 1970 hebben zeer diverse achtergronden, zowel levensbeschouwelijk als politiek.
Willy Laes over de discussies in de jaren 1970 over het thema amnestie, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 2 min.) (Collectie Amsab-ISG) 
Vooral in de jaren 1970 kent Amnesty International in Vlaanderen een spectaculaire groei, zoals ook wereldwijd de interesse sterk groeide. De toenemende globalisering en de dekolonisatieprocessen verscherpen de aandacht voor het Globale Zuiden en verhogen de interesse bij een breder publiek. Wereldwijd en ook in Vlaanderen staan progressieve professionals op om zich te engageren voor ngo's, niet-gouvernementele organisaties. 
Op 6 september 1973 wordt een officiële Belgische sectie opgericht van Amnesty International. De samenwerking tussen de Vlaamse groepen en de Franstalige groepen verloopt eerder stroef. De cultuur en het karakter van de initiatieven verschillen. In de daaropvolgende jaren werken de Nederlandstalige en de Franstalige afdeling van Amnesty België vrijwel onafhankelijk van elkaar, op uitzondering van de internationale vergaderingen waar zij als één sectie moeten optreden. De soms moeilijke communicatie en samenwerking leidde tot nieuwe statuten en de oprichting van twee gescheiden vzw's in 1977. 
Hanneke Verploeg heeft zich sterk ingezet om een afzonderlijke Vlaamse sectie te krijgen. Er is veel overtuigingskracht nodig want men is op het secretariaat in Londen sterk voorstander van het principe van een sectie per land. Pas later onder de tweede voorzitter, Willy Laes, komt er professionalisering. Laes laat een secretariaat laat uitbouwen met studenten, BTK’ers en gewetensbezwaarden, en zorgt voor de juridische afwikkeling. De statuten van een nieuwe en afzonderlijke vzw, Amnesty International Vlaanderen, verschijnen in het Staatsblad op 14 februari 1978.
Willy Laes over de strijd voor de Vlaamse sectie van Amnesty International, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 6 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Hanneke Verploeg

Hanneke Verploeg, 1993 en 2025
Hanneke Verploeg, 2025 (foto Gert Verdonck), met inzet foto uit Amnesty Nieuws, 1993 (Collectie Amsab-ISG)
Hanneke Verploeg-De Nooij start in 1968 op vraag van Amnesty International Nederland in Vlaanderen met een schrijfgroep, en later ook een klein secretariaat. Zij wordt daarom beschouwd als de eerste, toen nog officieuze, voorzitter van Amnesty International Vlaanderen (1974-1978). 
Hanneke Verploeg is de vrouw van een Nederlandse ambtenaar bij de Europese instellingen in Brussel. In de jaren 1960 is het haar volgens de Belgische wet verboden om betaald te werken. Naast haar gezin zoekt zij daarom een zinvolle tijdsbesteding. Via Nederlandse kranten komt ze op de hoogte van de toen relatief nieuwe organisatie Amnesty International. In Nederland kende Amnesty International een eerste start begin de jaren 1960 en het werd een officiële sectie in 1968. Als Hanneke in een Nederlandse krant een artikel over Amnesty International leest waarbij ook een oproep staat om actief iets te doen, raakt ze onmiddellijk geboeid. 
Hanneke Verploeg over haar keuze voor Amnesty International in 1968, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Haarlem, 7 februari 2025 (video, 5 min.) (Collectie Amsab-ISG) 
Samen met vriendinnen van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk in Brussel worden gezamenlijke schrijfacties opgezet. Hanneke krijgt hierbij veel steun van de Nederlandse sectie, vooral hun tijdschrift Wordt Vervolgd is een bron van informatie, inspiratie en actie. Voor praktische ondersteuning kan soms ook beroep worden gedaan op een Franstalige groep in België. Maar samenwerking is niet altijd evident, de culturele verschillen zijn groot. Deze Franstalige groep van Amnesty International heeft sterke banden met de Ligue des Droits de l'Homme, een mensenrechtenorganisatie in Franstalig België.
Hanneke Verploeg over de samenwerking met een Franstalige groep, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Haarlem, 7 februari 2025 (video, 4 min.) (Collectie Amsab-ISG) 
In 1971 worden ook scholieren actief, met Marijke Wesseling als trekker, die Amnesty International breed willen gaan promoten. De groep rond Hanneke Verploeg en de groep scholieren beginnen, na eerst een tijdje apart te hebben gewerkt, meer en meer samen te werken. Er wordt in het prille begin van de tweede start van Amnesty International een kantoortje gedeeld bij de Liga voor Mensenrechten. De belangrijkste taken in het begin zijn het opstellen en vertalen van brieven, informatie doorspelen aan de groepen, helpen bij het zoeken naar fondsen, en uiteraard het voorbereiden van de algemene vergadering.
Hanneke Verploeg over het werk in het prille secretariaat van Amnesty International Vlaanderen eind jaren 1960, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Haarlem, 7 februari 2025 (video, 3 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Begin jaren 1970 groeit in Vlaanderen de behoefte aan informatie en wordt het prille secretariaat regelmatig gevraagd om lezingen over de thema’s van Amnesty International. Een eerste infoavond vindt plaats in Geraardsbergen, waar enkele jongeren zeer enthousiast reageren. Op de affiche staat een case uit Rusland, hetgeen de aandacht trekt van de BOB, een inlichtingendienst van de politie. Hanneke Verploeg mag het nadien dan ook gaan uitleggen: neen, Amnesty International is geen Russische duikboot en al zeker niet staatsgevaarlijk! De infoavond kent succes: in Geraardsbergen gaat een groepje jongeren actief meewerken. 
Hanneke Verploeg is officieus voorzitter van de Vlaamse afdeling van Amnesty International België van 1974 tot 1978 en blijft nog lang daarna actief lid van het Bestuur van Amnesty International Vlaanderen. Ze is blijvend erevoorzitter van Amnesty International Vlaanderen.

Willy Laes

Willy Laes, 2024
Willy Laes, 2024 (foto Greet Van Opstal)
Willy Laes is de eerste officiële voorzitter van de vzw Amnesty International Vlaanderen, van 1978 tot 1984. Amnesty International Vlaanderen werd mede onder zijn initiatief in 1977 een aparte sectie van Amnesty International. Willy heeft, samen met anderen, de structuren uitgewerkt waarbinnen de mensenrechten konden verdedigd worden. Zo kon zich in Vlaanderen een zelfstandige sectie ten volle ontplooien. Het organisatorische talent en de uitzonderlijk grote maatschappelijke betrokkenheid van Willy waren hierbij van groot belang. 
Reeds tijdens zijn kindertijd groeit bij Willy Laes een sociaal engagement, mede gevoed door zijn thuissituatie en schoolomgeving. Zijn ouders zorgen twee jaar lang mee voor de opvang van Hongaarse studenten, en zijn leerkrachten scherpen in hem een kritische geest. Willy is vooral ook een prototype van de naoorlogse generatie. Hij was bij de betogingen tegen de oorlog in Vietnam en vaste deelnemer aan protesten eind jaren 1960. De keuze voor een opleiding geschiedenis om als leerkracht aan de slag te gaan was evident. Daarbovenop engageerde hij zich ook in de vakbond en werd actief binnen het ACOD, de afdeling van de socialistische vakbond ABVV voor de openbare diensten. Als hij door het lezen van Wordt Vervolgd, het ledenblad van Amnesty International Nederland, in contact komt met deze relatief nieuwe organisatie kiest hij resoluut: hier wil hij voluit voor gaan! 
Willy Laes over zijn keuze voor Amnesty International eind jaren 1960, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 10 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Willy richt samen met andere sympathisanten de Amnesty Werkgroep Leuven op, die direct heel actief wordt met fondsenwerving, lezingen en andere activiteiten. Al vrij snel krijgt de groep een heel belangrijke case, wat hun enthousiasme nog aanwakkert. Het is een nieuwe werkvorm, de zogenaamde Urgent Actions van Amnesty International. Het gaat om een Braziliaanse professor en vakbondsman, Luiz Rossi, door het regime opgepakt en verdwenen. De acties van de jonge Amnesty-groep in Leuven kennen succes. Luiz Rossi komt vrij en kan naar België vluchten. Willy en Luiz houden er een levenslange vriendschap aan over. 
In de jaren 1970 en 1980 wordt op initiatief van Willy een meer professioneel secretariaat uitgebouwd. Willy geeft lezingen over heel Vlaanderen, richt talrijke mensenrechtenwerkgroepen op en ligt mee aan de basis van het European Office van Amnesty International. Dit laatste is van uitzonderlijk belang. Het is een tijd waar belangrijke internationale handelsafspraken worden gemaakt, zoals de Lomé-akkoorden tussen Europese en Afrikaanse landen. Daarin wordt helaas niet gesproken over mensenrechten. Samen met Martin Ennals, de eerste internationale secretaris-generaal van Amnesty International in Londen, ijvert Willy Laes voor een afdeling bij de Europese Unie die het nodige lobbywerk kan leveren om mensenrechten op de sociaaleconomische en politieke agenda te zetten.
Willy Laes over zijn betrokkenheid bij het European Office, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 6 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Terug naar de inhoudsopgave

Een kantoor en de eerste directeur: Annie Andriessen

Het allereerste kantoortje eind de jaren 1960 bevindt zich op een zolderkamertje in Brussel en telt maar een kleine ploeg vrijwilligers. Hanneke Verploeg is de trekker en coördinator, alles op vrijwillige basis.  
Tijdens de jaren 1970 zijn er regelmatig spanningen tussen Amnesty-leden, vrijwilligers op het secretariaat en het bestuur. De structuur van de organisatie ligt nog niet in een duidelijke plooi en dat zorgt voor discussies over verantwoordelijkheden en conflicten over de te wensen evolutie. In 1977 is er een belangrijke discussie over de keuze tussen een horizontale of een verticale organisatiestructuur. Willy Laes, voorstander van de laatstgenoemde optie, wint de discussie en verhuist het secretariaat naar Leuven. Pas na de verhuis krijgt het secretariaat een professionele vorm, mede dankzij de studenten en andere vrijwilligers die zich daarvoor in de studentenstad kunnen vrijmaken. 
Alhoewel er in Vlaanderen vrij snel een Amnesty-secretariaat wordt opgericht zal het toch tot 1980 duren vooraleer er een betaalde directeur kan worden aangeworven. Met een eigen directeur en secretariaat wordt de professionalisering van Amnesty International Vlaanderen in de jaren 1980 definitief ingezet. 

Een kantoor in Leuven 

Het kantoortje in Brussel dat door vrijwilligers gerund wordt en waarvoor Hanneke Verploeg de grootste verantwoordelijkheid en zorg draagt, wordt door de groei van de beweging in de jaren 1970 te klein. Het is Willy Laes die het secretariaat verhuist naar Leuven waar studenten kunnen worden ingeschakeld als vrijwilligers en toevallig geeft ook de stijgende werkloosheid Amnesty een duwtje in de rug. De toenmalige tewerkstellingsplannen, en vooral het Bijzonder Tijdelijk Kader (BTK), zorgen mee voor de eerste permanente krachten. Vanaf april 1978 zijn er vier vaste medewerkers. Een benefietdag in het kader van de Argentinië-actie tijdens de Wereldbeker voetbal in dat land, laat toe om het allereerste loon te kunnen uitkeren. In dat jaar komt ook de eerste gewetensbezwaarde burgerdienst vervullen op het secretariaat.
Willy Laes over de verhuis naar Leuven van het secretariaat van Amnesty International, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 7 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Annie Andriessen

Annie Andriessen
Annie Andriessen (eigen foto)
Annie Andriessen heeft filosofie gestudeerd en heeft al enige ervaring met vorming in de sociaal-culturele sector wanneer ze in 1980 door iemand binnen haar netwerk attent gemaakt wordt op een vacature bij Amnesty International. Het gaat meteen om de eerste betaalde functie als algemeen secretaris bij de nog jonge Amnesty International Vlaanderen.  
Op het moment dat Annie start als secretaris bestaat de functie van directeur nog niet. Zij heeft al doende de weg gebaand en die rol uitgetekend. Er is de praktische en administratieve kant die het grootste deel van de job in beslag neemt, maar daarnaast ook people management en operationele taken binnen de contouren van het beleid. 
Bij de aanvang in 1980 werken er al enkele betaalde krachten in een BTK-statuut, alsook enkele gewetensbezwaarden en vrijwilligers. De taakverdelingen liggen nog niet goed vast en de toestand is eerder chaotisch. Annie zet vooral in op meer gewetensbezwaarden en op een betere omkadering voor vrijwilligers. Vrijwilligers krijgen een heus contract te ondertekenen, wat de ernst van de opdracht moet onderlijnen. De directeur interviewt de vrijwilligers met enkele gerichte vragen: "Wat wil je? Hoelang kan je werken? Hoeveel tijd? Wat kan je?" En op die basis wordt een plaatsje in het team gecreëerd. Tot op vandaag werken er talrijke vrijwilligers op het secretariaat en is er een reserve aan sympathisanten oproepbaar voor acties en ondersteuning van activiteiten. 
De samenwerking op het secretariaat verloopt na een tijdje relatief vlot, zeker na de verhuis van de Blijde Inkomstraat naar een groter pand in Leuven in de Erasme Ruelensvest. Het zijn adressen die bij veel toenmalige studenten nog zeer bekend in de oren klinken. 
Annie Andriessen over haar komst naar Amnesty International, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Essen, 4 juli 2025 (video, 6 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Op vlak van taakverdeling tussen secretariaat en bestuur zijn er bij de start best wel nog wat spanningen. Het is duidelijk dat de rollen en taakverdeling nog niet zijn uitgeklaard. Het is in die periode dat er thematische commissies opgericht worden en de verantwoordelijkheden en vertegenwoordigingen vastgelegd.   
Zo is de directeur automatisch lid van de commissie internationaal beleid. Deze commissie heeft als taak om de International Council Meeting (ICM) voor te bereiden en eventueel te organiseren als gastland. Er is altijd een gekozen voorzitter van de commissie, maar het praktische werk komt bij het secretariaat terecht. De leden van de commissie komen uit de lokale groepen en de werking wordt aangestuurd vanuit het internationaal secretariaat, volgens de thema’s. De besluiten en aanbevelingen van de commissie worden dan ter goedkeuring voorgelegd aan de jaarlijkse algemene vergadering. 
Er wordt ook een commissie fondsenwerving opgericht want de grote internationale campagnes vereisen meer geld dan wat met leden- en groepsbijdragen kan samengebracht worden. Ook hier is de directeur een vast lid. Grote fondsenwervingscampagnes gebeuren in samenwerking met de Franstalige sectie in België en daar komen culturele verschillen vaak boven water. Vlamingen werken gestructureerder, maken afspraken en houden zich eraan. De Franstalige sectie komt wel tot afspraken, maar die worden niet altijd nageleefd.  
Een speciale plaats neemt de samenwerking met de lokale groepen in. Amnesty International heeft een specifiek organigram waarbij lokale groepen, meer dan individuele leden, de dragende structuur zijn. Het secretariaat heeft de taak om de groepen te voorzien van actiedossiers en informatie over campagnes. Het secretariaat is het aanspreekpunt als groepen extra informatie van het internationaal secretariaat willen opvragen. Binnen het secretariaat is dat de taak van de groepenafdeling, een afdeling die lang geleid is geweest door Toon Van den Brempt. Toon is voor de groepen het bekende gezicht van Amnesty. Hij zorgt voor een vertaalslag van de acties naar de groepen, acties en richtlijnen die door het internationaal secretariaat worden aangemaakt. Daar komt ook vorming bij en het oprichten van nieuwe groepen. Naast algemene meer administratieve taken staat het secretariaat ook in voor financiën en communicatie met de pers. 
Het organigram van het secretariaat wordt geënt op bovengenoemde taken en onder de vaste directeur uitgebouwd tot afdelingen: ICM of internationaal beleid, lokale groepen, en verder vorming, fondswerving, pers, algemene zaken en financiën.
Annie Andriessen over het prille begin en de structuur van het secretariaat van Amnesty International, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Essen, 4 juli 2025 (video, 2 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Terug naar de inhoudsopgave

De eerste lokale groepen

Van bij de start en op internationaal vlak wordt een aanpak gehanteerd van het oprichten van lokale groepen opgericht,  waarbij Amnesty-sympathisanten uit eenzelfde regio met elkaar contact opnemen. Gelijkgezinde buren, jongeren of collega’s worden aangesproken om samen een groep te vormen. Groepen kunnen individuele gevangenen 'adopteren' en brieven schrijven naar de autoriteiten om vrijlating te vragen. Maar ze kunnen ook de betrokkenen ondersteunen met etenswaren of andere vormen van steun. Heel belangrijk ook is het corresponderen met de gevangenen zelf om te tonen dat aan hen wordt gedacht. 
De eerste Vlaamse lokale groep wordt opgericht in 1964. Heel de jaren 1960 door zijn er nog maar enkele lokale groepen. De groepen werken voor gewetensgevangenen en krijgen hun informatie rechtstreeks van het internationaal secretariaat. Men schrijft brieven en ondersteunt de familie van de slachtoffers als dat nodig is. Het zijn nog losse initiatieven, met veel improvisatie. De groepen verschillen sterk in engagement en motivatie, en wellicht draagt dit er mede toe bij dat de beweging eind de jaren 1960 bijna een stille dood sterft. De politieke aandacht voor ‘amnestie’ is nog te groot om een divers publiek aan te spreken. Sommige lokale groepen zijn relatief losse structuren en eerder anarchistisch ingesteld. In die beginjaren is ook de informatie die van het internationaal secretariaat doorstroomt naar de groepen niet altijd even duidelijk. Zowel de inhoud van de dossiers als de richtlijnen om actie te voeren zorgen regelmatig voor verwarring. De methodiek staat nog in de kinderschoenen. 
In de jaren 1970 wordt de beweging in Vlaanderen ideologisch neutraler en gaan de groepen zich duidelijker begrenzen. Zowel de meer anarchistische als de eerder politiek geïnteresseerden onder hen zijn intussen weggevallen. Willy Laes vertelt in een interview in 2025 over hoe de pioniers in Londen, Peter Benenson en Sean McBride, de neergang van Amnesty International in Vlaanderen zien gebeuren. Ze stellen vast dat er drie strekkingen aanwezig zijn, waarvan in feite slechts één aansluit bij hoe Benenson de organisatie voor ogen heeft. Voor de meer anarchistische strekking, en voor de mensen die vooral zijn aangetrokken door het idee van ‘amnestie’ voor onder meeµensen uit de collaboratie, is in hun ogen geen plaats in de organisatie.
Willy Laes over waarom het eind jaren 1960 misliep, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 4 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Eind de jaren 1960, wanneer Hanneke Verploeg een groep opricht, komt er een kantoortje met vrijwilligers in Brussel. Het zijn kleine groepjes vrienden, buren, familie, jongeren, kerkgangers, enz. Vanuit het kantoortje vertaalt men de informatie uit Londen en verdeelt die aan de geïnteresseerde nieuwe groepen.  
Tijd en geld blijven enige tijd een rem zetten op de groei, maar elke Amnesty-groep van jonge mensen gaat enthousiast aan de slag en komt snel tot een vlotte taakverdeling. De aansluiting is laagdrempelig en de onafhankelijkheid van de beweging is een grote troef. Wellicht mede daardoor krijgt de beweging ook zeer snel aandacht van de pers. Vanaf 1969 heeft Amnesty International Nederland ook een eigen mediakanaal met het magazine Wordt Vervolgd, dat ook in Vlaanderen druk wordt gelezen. Amnesty International Nederland is voor Vlaanderen lange tijd een belangrijke hulp en ondersteuning geweest. Vanaf 1973 verschijnt vanuit het kantoortje in Brussel een eigen tijdschrift, Amnesty Nieuws, in gestencilde vorm en op min of meer regelmatige basis. Het is voor de groepen een belangrijke bron van informatie. 
Vlamingen zijn eerder voorzichtig om groepen op te richten. Nieuwe leden gaan eerst enige tijd als individueel lid aan een actie deelnemen om pas daarna in een adoptiegroep te stappen. De eerste drie actiegroepen worden opgericht na lezingen in Geraardsbergen, Brasschaat en Leuven. De anti-martelcampagne van 1973 geeft een boost aan de organisatie, zeker met de steun van de media. Het is het jaar van de staatsgreep van generaal Pinochet in Chili, terwijl ook in Griekenland de kolonels nog aan de macht zijn. Die omstandigheden maken dat Vlamingen beter begrijpen waar het bij Amnesty International over gaat.
Hanneke Verploeg over de martelcampagne en de eerste lokale Amnesty-groepen, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Jezus-Eik, 2 februari 2001 (audio, 3 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Later worden de banden met Amnesty International Nederland losser. Groepen in Vlaanderen gaan nu zelf steun geven aan nieuwe groepen van Amnesty International in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Vanaf midden jaren 1970 beginnen de Amnesty-groepen meer en meer georganiseerd te werken als adoptie- of actiegroep. Later komen er ook zogenaamde beroepsgroepen, onder meer bij leerkrachten, juristen, medici, religieuzen, rijkswacht, politie, militairen, enz. Er komen ook landencoördinatiegroepen, en al vroeg worden er vormingspakketten voor het onderwijs voorzien. 
Groepen werken voor de vrijlating van drie gevangenen, respectievelijk uit een communistisch, Westers en niet-gebonden land. De groepen werken overwegend als adoptiegroepen, waarbij brieven naar de autoriteiten gestuurd worden voor de drie toegewezen gevangenen. Naast het schrijven van brieven komen er ook acties zoals campagnes, fondsenwerving en vorming. In de jaren 1970 zijn er een aantal grote campagnes waar iedereen zich gezamenlijk in kan vinden, maar in de geest van Mei 68 worden ook nieuwe thema's verkend en nieuwe methoden uitgeprobeerd. In de beginjaren van de Amnesty-groepen wordt nogal wat gediscussieerd over de zin en onzin van een organisatie als Amnesty International. De groepsleden zijn kritisch geëngageerde burgers. 
Maar hoe verscheiden ook, over het volgen van de internationale richtlijnen is er eensgezindheid. De communicatie verloopt via de plaatselijke secretariaten, maar wereldwijd worden de groepen aangestuurd door het internationaal secretariaat in Londen.  
Werking van het internationale secretariaat van Amnesty International in Londen, [jaren 1980] (Collectie Amsab-ISG)
De kern van de beweging ligt wereldwijd bij adoptie- en actiegroepen. Bij hoogdringendheid worden vanuit het secretariaat van Amnesty International in Londen ook bijzondere acties opgezet, de zogenaamde ‘Urgent Actions’. Het Urgent Action Network wil mensen beschermen tegen marteling, helpt bij de vrijlating van mensen die ten onrechte – soms in het geheim – vastzitten, en streeft ernaar dat gevangenen toegang hebben tot medische zorg of juridische bijstand.

Adoptiegroepen

Vanaf 1974 worden er adoptiegroepen opgericht, eerst in de regio's Antwerpen, Brussel en de Denderstreek. De Antwerpse regio heeft een eigen adoptiesecretariaat. De allereerste officiële lokale adoptiegroep van Amnesty International is ontstaan in de regio Antwerpen, met als trekkers Lucien De Ridder, Jos Nuyts en Rie Van Praag.
Jos Nuyts over zijn betrokkenheid bij Amnesty International, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Essen, 9 april 2001 (audio, 8 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Een BRT-reportage over de Vlaamse werking van Amnesty International naar aanleiding van de Nobelprijs voor de Vrede in 1977 biedt ons een ruime kijk op de werkzaamheden van een Amnesty-adoptiegroep. Het is het verhaal van de werking en de successen van de eerste Vlaamse adoptiegroep met als coördinator Jos Nuyts. In het programma Panorama van 13 oktober 1977 wordt een korte reportage van zeven minuten gewijd aan de Vlaamse werking van Amnesty International algemeen en in het bijzonder de groepswerking van de eerste lokale groep van de Vlaamse sectie. Met beelden van een bijeenkomst van deze Vlaamse groep in Kalmthout en een interview met coördinator Jos Nuyts over de werking van zijn adoptiegroep worden de successen van de acties toegelicht. Er is ook een interview met de Braziliaanse vrijgelaten gewetensgevangene Luiz Rossi, die na zijn vlucht in België is komen wonen. 
In 1986, naar aanleiding van 25 jaar Amnesty International, maakt de Vlaamse afdeling een reportage over haar werking algemeen en de werking van de groepen in het bijzonder.
Interview met de coördinator van Amnesty-groep 119 van Melle, uit een documentaire van Amnesty International Vlaanderen over 25 jaar Amnesty International, 1986 (Collectie Amsab-ISG)

Actiegroepen

De Nederlandse sectie bedenkt een nieuw type groep, de actiegroep. Actiegroepen of werkgroepen zullen zich bezighouden met activiteiten zoals het vergroten van het publieke bewustzijn, in aanvulling tot de meer besloten activiteiten van de traditionele adoptiegroepen, met name het schrijven van brieven. 
De groepsvorming binnen Amnesty International volgt de maatschappelijke dynamiek van de jaren 1960 en 1970 waarbinnen jongvolwassenen zich engageren voor sociale thema’s. Het zijn ook de jaren waarin de aandacht voor ontwikkelingssamenwerking sterk toeneemt en met dit thema ook de focus op de mensenrechten. De groei van het activisme voor de mensenrechten is deel van een ruimere context van activisme in Vlaanderen en in de buurlanden en sterk gericht op politieke repressie in Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Vlaamse groepen geven actief steun aan het oprichten en ondersteunen van groepen in landen in het Zuiden.     
Vanaf de jaren 1970 dient zich in Vlaanderen als het ware een nieuwe generatie aan, veelal actieve participanten aan Mei 68. Dankzij een vernieuwde belangstelling voor de beweging kent het aantal groepen een ongekende groei. Er is ook een professionalisering ingezet, mede dankzij de hulp van de Lodewijk de Raetstichting. Deze volkshogeschool houdt een evaluatie bij de leden, voorziet in ondersteuning bij acties en organiseert trainingsdagen voor het bestuur. 
In 1975 is er een grote campagne rond de Week van de Gewetensgevangenen (Prisoner of Conscience Week). Er is een massale affichecampagne waarbij elk lid gevraagd wordt om er twee op te hangen. Er is ook een opmerkelijke actie op het Rogierplein in Brussel met een tijgerkooi als attractiepool. In het BRT-journaal van 18 oktober 1975 wordt verslag gedaan van een actie van Amnesty International in het kader van de week van de gewetensgevangenen. In een grote kooi ligt een mensengrote pop in gevangenisplunje en zit een vrouw die vragend naar buiten kijkt. Er worden foto’s getoond van mensen die zijn gevangengenomen omwille van een afwijkende mening. Leden van Amnesty International vragen aan de omstaanders om een brief of petitie te ondertekenen. Op een affiche staat in grote letters "Zijn vrijheid hangt af van Amnesty International".
Amnesty International Vlaanderen heeft in de jaren 1970 en 1980 actie gevoerd voor de vrijlating van gewetensgevangene Pjotr Butov. Deze actie is opgepikt door een Amnesty-groep in de regio Gent en zij brachten in dit kader een petitie naar de ambassade van de Sovjet-Unie. Op de video hierna zie je hoe een jonge sympathisant van Amnesty International aanbelt bij de Sovjet-ambassade en zich voorstelt als Peter Ruyffelaere van Amnesty International. Hij zegt dat ze een petitie willen overhandigen met meer dan vijfhonder handtekeningen van wetenschappers ten gunste van de fysicus Pjotr Butov. Aan het gesloten hek van de Sovjet-ambassade betogen een twintigtal jongeren. Ze scanderen "Bukov vrij" en gooien ballonnen over het hek. Bukov zit opgesloten wegens verzet tegen de inmenging van de USSR in Polen en Afghanistan.
"Bukov vrij": actie van Amnesty International voor de ambassade van de Sovjet-Unie, uit een documentaire van Amnesty International Vlaanderen over 25 jaar Amnesty International, 1986 (Collectie Amsab-ISG)
Naar aanleiding van 25 jaar Amnesty International wordt in 1986 op het Muntplein in Brussel groots uitgepakt met een namaakgevangenis. De bedoeling is dat voorbijgangers brieven schrijven en posten om gevangenen vrij te krijgen. 
Actie met een namaakgevangenis in Brussel, uit een benefietuitzending van BRT en VPRO voor 25 jaar Amnesty International, 1986 (video, 1 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Urgent Actions 

De actievorm ‘Urgent Action’ is ontstaan uit de noodzaak om snel te kunnen ageren bij levensbedreigende mensenrechtenschendingen, waaronder verdwijningen en grove vormen van mishandeling en marteling. 
De Urgent Action-aanpak is het resultaat van een strategievergadering over Brazilië in 1973 waar Martin Ennals, de toenmalige secretaris-generaal van Amnesty International, aanwezig is. De techniek houdt in dat er massaal brieven en berichten via alle mogelijke kanalen naar de autoriteiten worden gestuurd wanneer een gevangene in direct gevaar komt om gemarteld te worden. Omwille van dit directe gevaar vereisen Urgent Action-gevallen geen uitgebreide onderzoeken en documentatie zoals bij geadopteerde gevangenen. De techniek wordt voor het eerst toegepast voor een Braziliaanse gevangene. Over hem is niet voldoende bekend om hem als gewetensgevangene te adopteren, maar er is wel genoeg informatie om aan te tonen dat hij in direct gevaar verkeert. 
Luiz Basilio Rossi is professor geschiedenis en vakbondsman in Brazilië. Hij is opgepakt in 1973 door de junta en een Vlaamse Amnesty-groep uit Leuven, onder leiding van Willy Laes, zet zich met succes in voor de vrijlating. Het wordt een vriendschap voor het leven!
Willy Laes over  een actie van Amnesty International voor zijn vriend Luiz Rossi, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 4 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Naar aanleiding van de uitreiking aan Amnesty International van de Nobelprijs voor de Vrede zendt de BRT in het programma Panorama op 13 oktober 1977 een interview uit met Luiz Rossi. Zoals Luiz zijn er in Latijns-Amerika, maar in feite in de hele wereld, talloze vakbondsmensen slachtoffer van staatsgrepen en van dictatoriale regimes. Zo dikwijls mogelijk wordt door Amnesty International, na een grondig onderzoek, een massale briefschrijfactie opgezet, regelmatig met succes. In de Dominicaanse Republiek wordt in de jaren 1970 Julio de Pena Valdez, een vakbondsleider, gearresteerd, gemarteld en gevangen gezet na een staatsgreep. Massale briefschrijfacties leiden tot een betere behandeling in de gevangenis en uiteindelijk ook tot de vrijlating.
Julio de Pena Valdez vertelt over de actie van Amnesty International voor zijn vrijlating, uit een benefietuitzending van BRT en VPRO voor 25 jaar Amnesty International, 1986 (video, 3 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Om de Amnesty-acties rond doodstraffen en verdwijningen kracht bij te zetten en bekend te maken bij het brede publiek komen groepen ook op straat in betogingen of met ludieke acties. In Brugge gaan de Amnesty-groepen op 22 juni 1985 de Brugse reien op tijdens de groepsdag van Amnesty International. 
AI-actie in Brugge
Actie van Amnesty International in Brugge, 22 juni 1985 (foto Marc Lamoot)

Terug naar de inhoudsopgave

Het mandaat en de eerste grote internationale campagnes

De eerste afbakening van het werkterrein van Amnesty International gebeurt nog voor er sprake is van een organisatie en er een naam is voor de nieuwe beweging. Peter Benenson schrijft bij aanvang in 1961 de doelstellingen die hij voor ogen heeft neer in enkele krantenartikels. De campagnes van de nieuwe organisatie moeten onpartijdig ijveren voor de vrijlating van gevangenen die worden vastgehouden op grond van hun mening, nastreven dat zij een eerlijk en openbaar proces krijgen, het asielrecht en politieke vluchtelingen ondersteunen en bij internationale instanties de vrijheid van meningsuiting afdwingen. Het breder kader is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, naar analogie met het door de de Conventie van Génève omschreven werk van het Rode Kruis, maar dan in vredestijd.
Uit The Forgotten Prisoners, documentaire over de eerste gewetensgevangenen door Amnesty International Nederland, 2001 (video, 4 min.) (Collectie Amsab-ISG) 

Een kwestie van mandaat

Van bij de start zijn er duidelijke doelen gesteld, doelen die geleidelijk zijn geconcretiseerd en vertaald binnen de politiek-maatschappelijke context. In de pioniersjaren spreekt men van een ‘mandaat’ en binnen dat concept worden grote internationale campagnes opgezet. 
Eveneens van bij de start dringt zich de vraag op hoe men de grenzen van een gewetensgevangene best kan definiëren en hoe men zich moet verhouden tot personen die geweld hebben gebruikt. Zo werd Mikis Theodorakis eerst wel en later niet meer als gewetensgevangene beschouwd omwille van zijn oproep tot geweld. En ook de arrestatie van Angela Davis zette de geweldskwestie op de agenda. 
Na de arrestatie van Angela Davis in oktober 1970 ontving Amnesty International talloze verzoeken om haar zaak te adopteren. De Beoordelingscommissie oordeelde in april 1971 dat haar zaak niet geschikt leek voor adoptie vanwege de aard van de beschuldigingen. Men was echter van mening dat de regelingen voor haar verdediging aanvaardbaar waren. In december 1971 dienden enkele Duitse Amnesty-groepen een petitie in bij het Internationaal Uitvoerend Comité om tegen deze beslissing in beroep te gaan. Het Internationaal Uitvoerend Comité bekrachtigde de uitspraak van de Beoordelingscommissie, maar stemde ermee in dat een Duitse journalist die het proces bijwoonde, zou worden gevraagd om als waarnemer voor Amnesty International op te treden en dat de Onderzoeksafdeling de zaak zou blijven volgen. 
Amnesty International Annual Report 1971-1972, p. 48 (vertaling door de auteur).
Marijke Wesseling van de Amnesty-jongeren spreekt over gewetensgevangenen en geweld in 1972 in een interview voor de BRT-radio en wijst op een praktische reden. Gewetensgevangenen die geweld hebben gebruikt zijn moeilijk te verdedigen rekening houdend met het standpunt van neutraliteit dat door Amnesty International wordt nagestreefd. Iemand die een bom heeft gelegd of oproept tot geweld valt moeilijk te verdedigen, terwijl iemand die vastzit omwille van zijn mening gewoon het recht heeft om vrij te zijn. Zo staat het ook in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het voorbeeld van Mikis Theodorakis illustreert dit goed: door de steun van Amnesty International met duizenden kaarten komt hij eerst vrij, maar later neemt de organisatie afstand omwille van zijn standpunten ten aanzien van het gebruik van geweld. Het verhaal van Angela Davis ligt in dezelfde lijn. Duitse Amnesty-groepen gingen in het verzet tegen de beslissing van het internationaal bestuur en drongen erop aan dat Angela Davis zou erkend worden als politieke gevangene, maar meer dan ‘waken over een eerlijk proces’ kon Amnesty International niet doen.
Tijdens de International Council Meeting, de internationale algemene vergadering van 1968 wordt de kwestie van het oproepen tot en/of gebruiken van geweld uitgebreid besproken. Er komt een nieuw statuut met doelstellingen, methodieken en organisatiestructuur. Als doelstelling blijft prioritair: (1) het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting door de naleving van artikels 5, 9, 18 en 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en (2) het werken voor de vrijlating van gewetensgevangenen, gedefinieerd als personen die gevangenzitten in strijd met deze artikels, en die geen geweld hebben gebruikt of bepleit. Op het vlak van de methodieken blijft de focus op gewetensgevangenen als belangrijkste werkterrein, met extra aandacht voor martelingen. Organisatorisch wordt meer aandacht gevraagd voor onderzoek – dossiers moeten grondig gedocumenteerd zijn – en voor het ondersteunen en coördineren van de groepen. 
Internationaal wordt in de pioniersjaren van de jaren 1970 de reikwijdte van het mandaat bewaakt door Martin Ennals, de secretaris-generaal van Amnesty International. Het werkterrein gewetensgevangenen neemt uitbreiding met acties tegen marteling, doodstraf, buitengerechtelijke executies en verdwijningen. De geweldskwestie is in deze periode zeer beladen en leidt tot debat, internationaal en nationaal. Onder druk van secties uit de landen in het Zuiden gaat Amnesty International in geval van geweld niet ijveren voor vrijlating, maar voor een eerlijk proces en humane behandeling. De druk om het werkterrein uit te breiden met een veelheid van sociaaleconomische rechten die in de jaren 1970 sterk aan belangstelling wonnen wordt weerstaan. Die uitbreiding is er pas gekomen in de jaren 1990. 
Over de discussies rond het mandaat en de uitbreiding vertelt Jos Nuyts in zijn interview met Bram De Scheemaeker.
Jos Nuyts over de discussies rond de uitbreiding van het mandaat in jaren 1970, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Essen, 9 apri1 2001 (audio, 6 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Voor de viering van dertig jaar Amnesty International in 1991 werd in Nederland een historiek gemaakt. De documentaire geeft goed weer hoe het mandaat in die eerste decennia geleidelijk is uitgebreid, mee met de actualiteit. Na de gewetensgevangenen worden ook martelen en de doodstraf een belangrijk thema. In de jaren 1970 komen daar politieke moorden bij, en nog later verdwijningen. Steeds weer worden nieuwe vormen van repressie meegenomen in het mandaat. Nog later, vanaf de jaren 1990, komen ook sociale en economische rechten in het vizier. Het mandaat wordt dan een opdracht om alle artikelen van de mensenrechten te doen respecteren. 
In 1991 wordt op de International Council Meeting van Amnesty International in Yokohama beslist het mandaat uit te breiden met acties voor mensenrechten in het algemeen en voor personen die gevangen zitten omwille van homoseksualiteit. Amnesty International gaat zich nu ook richten op wreedheden van oppositiegroepen en keert zich tegen verbanning of gedwongen verhuizing van bevolkingsgroepen.
Documentaire over 30 jaar Amnesty International door Amnesty International Nederland, 1991 (video, 30 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Campagnes gewetens- en politieke gevangenen 

Amnesty International, ooit begonnen met enkel campagnes voor de vrijlating van gewetensgevangenen, krijgt meer en meer aandacht voor de rechten van gevangenen en voor de omstandigheden in gevangenissen in het algemeen. De slechte behandeling van gevangenen gaat in tegen de groeiende maatschappelijke belangstelling voor mensenrechten in het algemeen. De eerste campagnes rond dit bredere kader worden als het ware door de tijdsgeest opgedrongen. In de jaren 1970 organiseert Amnesty International twee grote campagnes rond thema's die verder gaan dan gewetensgevangenen. Zo wordt een campagne gelanceerd tegen martelingen en voor de afschaffing van de doodstraf. 
Amnesty International is ontstaan als actie voor de vrijlating van Portugese studenten die omwille van hun toost op de vrijheid waren gevangen gezet. Actievoeren voor het recht op vrije mening en voor de vrijlating van alle gewetensgevangenen is dan ook een rode draad door de jaren heen. Naast gewetensgevangenen zijn al snel ook politieke gevangenen opgenomen in het mandaat van Amnesty. Politieke gevangenen zitten ook vast omwille van een verschil in mening met de overheid, maar van hen is (nog) niet duidelijk of ze al dan niet ook geweld hebben gebruikt. De geweldskwestie is zeer beladen en leidt tot debat, internationaal en nationaal. 
Voor de politieke gevangenen wordt daarom niet de vrijlating gevraagd, maar wel een correcte behandeling en een eerlijk proces. Er loopt hieromtrent een grote campagne met diverse initiatieven in de jaren 1970, vooral van 1971-1975.
Affiches Amnesty 1970s
Affiches van Amnesty International Vlaanderen, jaren 1970 (Collectie Amsab-ISG)
Eind jaren 1970 en begin jaren 1980 wordt de aandacht voor gewetensgevangenen nogmaals op scherp gezet met de campagne Brieven kunnen tralies breken. In 1982 is er een schrijfactie en een betoging met een duizendtal deelnemers, en met honderden kaarsen die op het einde van de betoging worden aangestoken. Tot vandaag blijft de vrijheid van meningsuiting een belangrijk actiepunt voor Amnesty International.
Affiche Amnesty 1978
Affiche van Amnesty International Vlaanderen, 1978 (Collectie Amsab-ISG)
De grote betoging in Brussel op 11 december 1982 onder de slogan Brieven kunnen tralies breken krijgt weerklank in het BRT-journaal met een interview met Amnesty-voorzitter Willy Laes. De voorzitter benadrukt dat gevangenen waarvoor Amnesty werkt vaak worden vrijgelaten, maar dat er daarnaast nog eens honderdduizend en misschien wel een miljoen mensen in de gevangenis zitten. De betoging wil de aandacht van de wereld vestigen op die duizenden mensen. De brieven van de schrijfactie gaan naar de voorzitter van de Verenigde Naties en naar staatshoofden over de hele wereld. Amnesty International gelooft dat met de steun van de brede bevolking gewetensgevangenen kunnen vrijkomen en dat hierdoor ook de wereldvrede gesteund wordt.

Martelingen en folteringen 

Al heel vroeg komen foltering en andere vormen van mishandeling in het vizier van Amnesty International. Dossiers worden opgesteld, onderzoeksmissies trekken ter plaatse. Deze zeer grove schending van de mensenrechten blijkt in vele, vooral dictatoriale regimes gehanteerd te worden. Een eerste grote internationale campagne vanaf eind 1972 tegen martelen en folteren betekent meteen een uitbreiding van het werkterrein van Amnesty International. 
In mei 1973 verschijnt een groot artikel over de antimartelcampagne Campaign Against Torture in het weekblad Humo. Er wordt een petitie opgestart. Herman Todts is een belangrijke steun door de formulieren te laten kopiëren op het CVP-bureau. Herman Todts en Louis Kiebooms (dan burgemeester van Wilrijk), pioniers van het eerste uur, blijven Amnesty International ondersteunen waar ze kunnen. In september 1973 gaat over het thema een Benelux-conferentie door in Schilde met vooraf een persconferentie in Antwerpen. 
In 1976 wordt wereldwijd een nieuwe campagne tegen martelingen opgestart. In Vlaanderen wordt daarbij de focus gericht op Uruguay. Amnesty International verricht intussen ook lobbywerk voor het Internationaal Verdrag over Burgerrechten en Politieke Rechten, dat foltering en andere vormen van mishandeling verbiedt. Het duurt tot 1984 vooraleer het verdrag tegen foltering door de Verenigde Naties wordt goedgekeurd. Het verdrag komt er na een intensieve campagne van Amnesty International. 
In 1984 maakt het BRT-nieuwsmagazine Panorama een uitzending over martel- en folterpraktijken. Amnesty International is hierin te gast om toelichting te geven over haar inhoudelijke werk en over het lobbywerk bij de Belgische overheid om het verdrag tegen foltering goed te keuren. Op de Amnesty-actiedag tegen martelingen hetzelfde jaar is de pers aanwezig en komt er in het BRT-journaal een uitgebreid verslag.
Torture in the Eighties: Thomas Hammarberg, secretaris-generaal van 1980 tot 1986, over de acties van Amnesty International tegen martelingen, [1984] (video, 13 min., Engelstalig) (Collectie Amsab-ISG)
Wanneer Amnesty International in 1973 haar eerste grote rapport over marteling uitbrengt, blijkt de praktijk te bestaan in zestig landen. Amnesty International voert daarop wereldwijd grote campagnes tegen marteling, in 1972-73, 1984-85 en 2000-2001. Maar folteren blijft tot op vandaag een aandachtspunt en een bron van acties.

Doodstraf 

De beslissing om zich als Amnesty International te verzetten tegen de doodstraf wordt genomen in 1973. Acties voor de wettelijke afschaffing van de doodstraf volgen in de jaren nadien. 
De acties evolueren mee met de veranderende positie van de organisatie ten aanzien van de regel rond 'werk in eigen land'. Aanvankelijk is het zo dat Amnesty International haar groepen en leden uitdrukkelijk vraagt om geen acties te voeren rond situaties in eigen land. Dat zou de onpartijdigheid garanderen en het internationalisme bevorderen. Maar de leden en sympathisanten van Amnesty International zijn juist wel geïnteresseerd in hoe de thema’s van het mandaat in eigen land worden gerespecteerd. Zo is de doodstraf een belangrijk aandachtspunt en een bron van discussie en actie.
De campagne tegen de doodstraf die heeft in de gelederen intern enorme verdeeldheid veroorzaakt, enorme discussies. Sommige mensen wilden het niet integraal afkeuren, maar er waren er ook die afhaakten als lid. 
Uit een interview met Hanneke Verploeg-De Nooij door Bram De Scheemaeker, Jezus-Eik, 2 februari 2001.
Men zei wel dat Amnesty tegen de doodstraf was, maar had heel veel schroom om dit hardop te zeggen. Ik vond dat wij daar snel en duidelijk mee naar buiten zijn gekomen. Bruno Tuybens heeft zich bijna heel zijn carrière binnen Amnesty met de doodstraf beziggehouden. 
Uit een interview met Jos Nuyts door Bram De Scheemaeker, Essen, 9 apri1 2001.
Een conferentie van Amnesty International in december 1977 in Stockholm geeft de start aan van een wereldwijde campagne voor de afschaffing van de doodstraf. Onder de benaming Conference on the Abolition of the Death Penalty wordt een internationale conferentie gehouden op 10 en 11 december 1977 in Stockholm, Zweden. Meer dan tweehonderd mensen uit 57 landen wonen de conferentie bij.
Amnesty verklaring doodstraf 1977
Verklaring van Stockholm over de doodstraf, 1977. Vlnr Garfield Todd (progressieve premier van Zuid-Rhodesië midden jaren 1950), Thomas Hammarberg, Martin Ennals, Olof Dahlen, Sean MacBride (foto Amnesty International) 
De doodstraf wordt in België (in vredestijd) al niet meer uitgevoerd sinds 1863, maar is op dat moment nog niet officieel afgeschaft. Amnesty International Vlaanderen werkt daarom in de jaren 1980 en 1990 hard aan het documenteren van maatschappelijke opvattingen over de doodstraf en politieke discussies hieromtrent. Met petities, affiches en straatacties mobiliseren de vrijwilligers van Amnesty International en richten zich wereldwijd tot politici om de doodstraf uit de strafwet te halen. Amnesty International Vlaanderen is actief betrokken bij de campagne tegen de doodstraf. Amsab-ISG bewaart honderden documenten, affiches en dossiers over dit thema. In 1996 verdwijnt de doodstraf uit de Belgische wetgeving. Amnesty International blijft verder werken op dit thema tot de doodstraf overal is verdwenen.
Amnesty affiche tegen doodstraf
Affiche van Paul Bailleul tegen de doodstraf, uitgegeven door Amnesty International Vlaanderen, s.d. (Collectie Amsab-ISG)
Actie tegen de doodstraf van Amnesty International, Brussel, 3 november 1992 (video, 10 min.) (Collectie Amsab-ISG) 

Terug naar de inhoudsopgave

Onafhankelijkheid en samenwerking

De onafhankelijkheid van Amnesty International situeert zich in de eerste plaats op een politiek niveau. Amnesty International is niet gebonden aan een politieke overtuiging en in ruimere zin ook ongebonden ten aanzien van filosofische of religieuze overtuigingen. De enige richtlijnen zijn te vinden in de universele verklaring van de rechten van de mens. De politieke en levensbeschouwelijke onafhankelijkheid heeft gevolgen voor de financiering van de organisatie en de samenwerking met andere bewegingen in het middenveld. 

Politiek onafhankelijk 

De politieke onafhankelijkheid betekent in eerste instantie de ongebondenheid ten aanzien van politieke partijen of filosofische stromingen in het eigen land of daarbuiten. Het meest uitgesproken is evenwel de politieke onafhankelijkheid in de keuze van ‘cases’ van mensenrechtenschendingen die aan de kaak worden gesteld. Van bij de aanvang wordt aan de Amnesty-groepen gevraagd om altijd drie dossiers te behandelen: uit de Westerse wereld, uit de Oost-Europese wereld, en een derde uit de resterende groep van landen. Deze bewuste keuze om een politiek evenwicht na te streven zorgt voor geloofwaardigheid van de acties, en de organisatie wordt er ook op aangesproken. Amnesty International gaat daarom zorgvuldig te werk bij de keuze van de cases en bij het opmaken van de dossiers. Omwille van die onafhankelijkheid wordt in die beginjaren ook nooit gewerkt voor cases in eigen land. 
Bekend uit de beginjaren, vooral vanaf de jaren 1970, zijn de landendossiers. Later worden jaarrapporten opgesteld met een analyse van de mensenrechten per land. Alle landen worden onder de loupe genomen. Die onafhankelijkheid is met de regelmaat in de verf gezet en met acties ondersteund. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Amnesty International is een boek uitgegeven, Lastpost van wereldformaat: Amnesty International 1961-1986, met als opvallende verkoopsslogans: "Amnesty is een communistische mantelorganisatie" en "Amnesty is een verlengstuk van het kapitalistisch imperialisme".
Boekpresentatie Amnesty International, lastpost van wereldformaat, uit een documentaire door Amnesty International Nederland, 1986 (video, 1 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Financiële onafhankelijkheid

De financiële onafhankelijkheid is van bij de start van groot belang om voluit te kunnen gaan voor de mensenrechten, zonder compromissen.  
In de eerste plaats zijn er strenge regels om onafhankelijk te blijven van elke overheid en dus van subsidies. Daar zijn vele discussies over gevoerd en over de jaren heen is het een regelmatig thema op de algemene vergadering. De regel is dat er geen subsidies van nationale overheden mogen aanvaard worden omdat op politiek niveau ongehinderd druk moet uitgeoefend worden om de mensenrechten te respecteren of af te dwingen bij andere landen. Lokale overheden mogen de activiteiten van Amnesty International wel ondersteunen en dat komt de prille organisatie in de jaren 1970 goed van pas. Het is een periode waar veel dienstplichtigen kiezen voor het statuut van gewetensbezwaarde en burgerdienst bij een organisatie. Om in aanmerking te komen voor een gewetensbezwaarde als medewerker moeten deze organisaties evenwel subsidies krijgen van een overheid. En ook om vrijstelling van belasting te krijgen voor giften aan Amnesty International moet je erkend zijn als ngo en een subsidie krijgen. Een oplossing wordt daarom gezocht in subsidies van een lokale overheid. Zo kan de eerste medewerker van Amnesty International Vlaanderen aangeworven worden in het gesubsidieerd alternatief tewerkstellingsstatuut van het Bijzonder Tijdelijk Kader (BTK) omdat een pionier van de jaren 1960, Louis Kiebooms, als burgemeester van Wilrijk een (bescheiden) jaarlijkse subsidie toekent. Later krijgt Amnesty International in Vlaanderen ondersteuning in het kader van culturele vorming. Maar de financiële onafhankelijk is regelmatig onderwerp van discussie op de jaarlijkse algemene vergaderingen
Jos Nuyts over financiële onafhankelijkheid, subsidies en sponsoring, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Essen, 9 apri1 2001 (audio, 12 min.) (Collectie Amsab-ISG)
In de eerste jaren, begin jaren 1960, worden onderzoekscommissies die ter plekke gaan om schendingen van mensenrechten te onderzoeken soms gesponsord door mediakanalen, kranten of televisie. In ruil krijgen zij dan de primeur van het rapport. 
Omdat de mogelijkheden van subsidiëring en sponsoring beperkt zijn, ontwikkelt Amnesty International een brede waaier van fondsenwerving. Er wordt geld ingezameld door de verkoop van producten, tijdens evenementen en natuurlijk ook door de acties om giften te verzamelen. Veel van de fondsenwervende artikelen dragen het embleem van Amnesty International. De kerstkaarten en de kaarsen zijn de meest bekende, maar in de loop van de jaren zijn tal van gebruiksvoorwerpen en gadgets met het iconische beeld van de kaars en de prikkeldraad te koop aangeboden. In de beginjaren zijn de stickers en buttons zeer populair, maar ook fuiven zijn een vast waarde als het op fondswerving aankomt.
Amnesty sticker 1
Amnesty sticker 2
Stickers van Amnesty International Vlaanderen (Collectie Amsab-ISG)
Amnesty badge
Badge van Amnesty International Vlaanderen (Collectie Amsab-ISG)
Amnesty affiche
Affiche van Amnesty International Vlaanderen, 1980 (Collectie-Amsab-ISG)
In 1977 is er een eerste internationale fondsenwervingscampagne, met brede steun uit de artistieke wereld. Internationale en gerenommeerde kunstenaar ontwerpen speciaal voor Amnesty International een poster. Posters die nog bij vele Amnesty-supporters in het geheugen gegrift zijn en gekoesterd worden.
Amnesty kunstposters
Collage van kunstposters uit de fondsenwervingscampagne van Amnesty International, 1977 (Collectie Amsab-ISG, schenking Hanneke Verploeg)
Naar aanleiding van het 25-jarig bestaan in 1986 zijn het de benefietconcerten onder de naam A Conspiracy of Hope die bij velen onlosmakelijk verbonden blijven met Amnesty International (en nog steeds terug te beluisteren op YouTube!). 
Ook in Vlaanderen kennen de optredens en de fuiven grote bijval en doen eetfestijnen het goed.
Willy Laes over enkele belangrijke fondsenwervingacties, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 4 min.) (Collectie Amsab-ISG)
In de pioniersjaren worden ook TV-spotjes gebruikt om leden en fondsen te werven. Zeker naar aanleiding van internationale campagnes wordt er over de grenzen heen samengewerkt. In Vlaanderen gebeurt dat hoofdzakelijk met de Amnesty-sectie in Nederland.
Amnesty International - One Minute Counts, een oproep om Amnesty International financieel te steunen, gezamenlijk spotje van Amnesty International Nederland en Vlaanderen, eind jaren 1970 (video, 1 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Samenwerking met andere organisaties en vorming

Samenwerking met andere organisaties, zowel nationaal als bij lokale groepen, is in zekere zin inherent aan het werkveld van Amnesty International. Er is geen monopolie op het activisme voor mensenrechten. Peter Benenson, inspirator en oprichter van de organisatie, ziet de beweging in oorsprong zelfs als een koepelorganisatie voor bestaande initiatieven zoals de Liga voor Mensenrechten en andere. Dit is evenwel niet gebeurd, Amnesty International ontwikkelt zich als een aparte organisatie met een duidelijk mandaat. Een mandaat dat door de jaren heen wordt uitgebreid, telkens na een wereldwijd en zorgvuldig democratisch proces van overleg en besluitvorming. 
Wanneer eind de jaren 1960 en begin de jaren 1970 vanuit het secretariaat van Londen de vraag komt om een Belgische afdeling op te richten, verloopt dat via de Liga voor Mensenrechten die op dat moment overwegend Franstalig samengesteld is. De grond voor samenwerking is er dus ook in België van bij de start. 
De belangrijkste organisaties waar in de pioniersjaren mee wordt samengewerkt zijn het Rode Kruis en de Liga voor Mensenrechten. In de beginjaren liggen de contacten met de Liga soms moeilijk omdat Amnesty-leden vooral een christelijke en eerder centrum-rechtse achtergrond hebben en de Liga meer banden heeft met linkse activisten.  
Naarmate Amnesty International meer in het Zuiden gaat werken, wordt er samenwerking gezocht met andere niet-gouvernementele organisaties om meer informatie te verkrijgen over gevangenen en martelgevallen. Om ernstig genomen te worden moet daarvoor de clausule over geweld worden afgezwakt. De geweldloosheidsclausule is voor veel Latijns-Amerikanen moeilijk te begrijpen en leidt soms tot wantrouwen. Het compromis bestaat erin dat Amnesty International ijvert voor de vrijlating van alle gewetensgevangenen die geen geweld hebben gebruikt, en een eerlijk proces voor alle anderen. 
De druk om in bredere zin nieuwe methodieken aan te pakken, waaronder technieken die sociale en economische rechten omvatten, neemt toe naarmate er ter plekke in het Zuiden nationale afdelingen worden opgericht, als onderdeel van de ambitie om een echte internationale organisatie te worden. Maar het aanboren van nieuwe thema’s, noem het de ontwikkeling van nieuwe technieken, verloopt niet zonder spanningen en conflicten tussen degenen die pleiten voor het traditioneel gewetensgevangenenwerk als de kernmissie van Amnesty International en zij die nieuwe benaderingen nastreven. 
De thema’s in de pioniersjaren – gewetensgevangenen, martelingen, eerlijke processen, de doodstraf – vinden in Vlaanderen een natuurlijke partner bij Pax-Christi, de Liga voor Mensenrechten, de Vereniging voor de Verenigde Naties, het steuncomité voor Afghanistan, de Anti-Imperialistische Bond, het Rode Kruis en vele andere. 
Daarnaast is de samenwerking met andere organisaties in belangrijke mate gelinkt aan de opkomende Noord-Zuidorganisaties. Het is de periode van de landencomités en de actiegroepen zoals het Vlaams Guatemala Comité, het Vlaams El Salvador Komitee en andere. 
Een opmerkelijk event is de uitnodiging, door Amnesty International Vlaanderen in samenwerking met Pax Christi, van de Braziliaanse bisschop Dom Hélder Câmara naar de handelsbeurs in Antwerpen, op 10 december 1978. Het is een gezamenlijk initiatief, met infostands van diverse organisaties en een brede promotie en mobilisatie. De handelsbeurs zit overladen vol en ook de pers is van de partij.
Affiche Amnesty
Uitnodiging voor het bezoek van Dom Helder Camara, 1978 (Collectie Amsab-ISG)
Willy Laes over de samenwerking met andere organisaties, uit een interview door Gert Verdonck en Anneleen Todts, Brussel, 7 maart 2025 (video, 2 min.) (Collectie Amsab-ISG)
Een andere interessante samenwerking in België is het Collectief voor het Onthaal van Chileense Vluchtelingen (COLOCH) dat wordt opgericht in januari 1975 op initiatief van een tiental niet-gouvernementele organisaties, comité’s en vakbonden, waaronder Amnesty International. Voor die samenwerking wordt ook financiële ondersteuning gegeven door België.
Jos Nuyts uit over de medewerking van Amnesty International aan COLOCH, uit een interview door Bram De Scheemaeker, Essen, 9 apri1 2001 (audio, 7 min.) (Collectie Amsab-ISG) 
Een van de Chilenen die opgevangen wordt door een lokale Amnesty-groep is Antonio Maldonado. Het verhaal van Antonio wordt bij zijn terugkeer naar Chili in 1991 opgetekend door Johan Anthierens in De Morgen en door Annie Andriessen in Amnesty Nieuws.

Terug naar de inhoudsopgave

Amnesty International in de pers

Amnesty International heeft altijd actief beroep gedaan op de media om de werking te ondersteunen en dan vooral om bezorgdheden op de publieke en politieke agenda te zetten. De media van hun kant zijn in de pioniersjaren ook geïnteresseerd in die nieuwe organisatie die inspeelt op belangrijke actualiteiten wereldwijd. De berichten over Amnesty International in de audiovisuele media en de kranten zijn te talrijk om een overzicht te maken. Hierna volgt een selectie van vooral visuele media. 
Alles begint met het artikel 'The Forgotten Prisoners' in de Britse zondagskrant The Observer op 28 mei 1961, maar de aandacht voor de thematiek krijgt snel navolging in vele andere gezaghebbende kranten en televisiestations. En het blijft niet bij informatie alleen. Kranten werken actief mee om druk te zetten op regeringen en gaan ook onderzoeksmissies financieel ondersteunen in ruil voor de eerste bekendmaking van de resultaten. De onderzoeksrapporten van Amnesty International worden op die manier betaald door het afstaan van primeurs aan de media.
In februari 1962 slaagden Benenson en MacBride er in het wekelijks verschijnende katholieke gezinsblad Universe te overtuigen om een reis naar Praag in het voordeel van aartsbisschop Beran, een van de personages uit The Forgotten Prisoners, te bekostigen. Door zijn protest tegen de nazi's was Beran tijdens de Tweede Wereldoorlog geïnterneerd in de concentratiekampen Dachau en Theresienstadt. Na de communistische coup in Tsjecho-Slowakije in 1948 was hij aartsbisschop van Praag geworden, maar hij viel al snel in ongenade bij de nieuwe leiders en werd na een laatste opstandige preek gearresteerd. Pas enkele jaren later kwam het nieuws dat hij was afgezet en daarna vernam men niets meer over hem. Na een open brief van Benenson aan de Tsjecho-Slowaakse ambassadeur in Londen en brieven van Amnesty-groepen in andere landen waarop nauwelijks reactie kwam, besloot men MacBride in te schakelen als gezant. De eerste minister weigerde hem te ontvangen, door de minister van Buitenlandse Zaken werd hij beleefd maar ontwijkend ontvangen. Toestemming om Beran te bezoeken kreeg hij niet. Anderhalf jaar lang leek er vrijwel niets te gebeuren en daarom besloot men de campagne te intensiveren. De media werkten samen, men schreef brieven en men hield bijeenkomsten waar men de vrijlating van de aartsbisschop eiste. In oktober 1963 werd Beran, samen met enkele andere bisschoppen die ook vast hadden gezeten, vrijgelaten. Hij bleef weliswaar nog enige tijd onder huisarrest en het werd hem verboden zijn godsdienstig ambt uit te oefenen. Uiteindelijk kreeg hij enkele jaren later de toestemming om het land te verlaten. 
Bram De Scheemaeker, De flakkerende vlam, p. 30.
In de pioniersjaren gebruikt men ook de methodiek van ‘gevangene van het jaar’. Hiermee is een uitstekende manier gevonden om de media over Amnesty International te laten berichten. Elk jaar krijgt de media een verhaal dat als nieuws kan gebracht worden en blijft zo betrokken. De goede contacten met de media zijn voor een groot deel te danken aan het brede netwerk van de initiatiefnemers van Amnesty International. De pioniers van de jaren 1960 zijn dikwijls ook zelf beroepsmatig actief in sectoren die dicht bij de media staan of werken zelf voor de media. Amnesty International  Vlaanderen heeft zeker zijn voordeel gedaan met het feit dat de pioniers van de jaren 1960 zo dicht bij de media staan. Louis Kiebooms is van 1937 tot 1947 hoofdredacteur van de Gazet van Antwerpen en blijft daar ook later zijn contacten behouden. Herman Todts is voor de Vlaamse Beweging actief als publicist en heeft zo zijn netwerk met de media. 
De eerste vermelding van de Appeal for Amnesty, 1961-campagne in een Belgische krant, niet toevallig de Gazet van Antwerpen, droeg de titel: '(Vrijheid voor de geest, a.u.b.) Londense advokaat neemt het op voor politieke gevangenen. "Appel voor amnestie" gaat vanuit Engeland over de wereld'. Het artikel stelde de initiatiefnemers van de campagne voor, verwees naar het artikel in The Observer en somde de doelstellingen van de beweging op.    
Bram De Scheemaeker, De flakkerende vlam, p. 51. 
Vanaf het ogenblik van het verschijnen van het artikel in The Observer zal Louis Kiebooms in de Gazet van Antwerpen regelmatig schrijven over de activiteiten van Amnesty International, nieuws dat door andere Vlaamse dagbladen gretig wordt overgenomen. De internationale conferentie in het kasteel van Male bij Brugge wordt door Kiebooms aangegrepen om niet alleen de aandacht van de pers te trekken maar ook om de doelstellingen van Amnesty International op de kaart te zetten. 
In de aanloop tot de tweede Internationale Conferentie van Male getroostte Kiebooms zich heel wat moeite om de belangstelling van de pers voor het initiatief te wekken. Al op 5 september nodigde hij de directeurs van een aantal vooraanstaande kranten uit voor een persconferentie waarop hij uitleg zou geven over de internationale conferentie die door 'de Belgische afdeling van Amnesty Internationale beweging voor vrijheid van opinie en godsdienst' zou georganiseerd worden. Kiebooms contacteerde Paul Vandenbussche, directeur-generaal van de Belgische Radio en Televisie, met de vraag of hij voor radio of televisie een betoog mocht houden. Hij kreeg een toezegging voor drie minuten radiozendtijd voor een voordracht na het nieuws van 17 uur. Vandenbussche zou het congres van de Internationale Beweging voor Amnestie [sic] aanbevelen voor een televisiereportage. [...] Na afloop van de conferentie berichtten de katholieke kranten vrij uitvoerig over het congres. De resoluties en interventies kwamen aan bod. 
Bram De Scheemaeker, De flakkerende vlam, p. 20.
Er is in Vlaanderen van bij het begin ook belangstelling van journalisten voor het werk van Amnesty International en interesse in de impact van de acties op de politiek. In de pioniersjaren 1960-1970 gaat het om een beperkt aantal mediakanalen: een handvol Vlaamse kranten, enkele tijdschriften en de BRT-omroep. Het aantal uitzendingen en interviews over Amnesty International mag evenwel indrukwekkend genoemd worden. Zo is de BRT al aanwezig op de tweede internationale conferentie van Amnesty International op het kasteel van Male in Brugge, maar evenzeer bij de belangrijkste campagnes. Het journaal en actualiteitsprogramma’s zoals Panorama besteden regelmatig aandacht aan acties van Amnesty International. 
In 1973, het anti-marteljaar met de gelijknamige conferentie in Schilde, wordt besloten om binnen Amnesty International Vlaanderen een eigen perscommissie op te starten om de media permanent van informatie te voorzien. Enkele van de vroegste Vlamingen die zich in de jaren 1970 voor Amnesty inzetten hebben banden met de media en kunnen de commissie van interessante adressen voorzien. Zo krijgt de pers meer belangstelling voor het algemene Amnesty-werk. Een jonge generatie van de BRT-nieuwsredactie treedt aan – onder meer Walter Zinzen, Miel Dekeyser en Dirk Tieleman – en speelt een belangrijke rol. Bij verschillende gelegenheden verlenen ze een extra platform aan de jonge organisatie. Door de publiciteit voor de conferentie in Schilde in 1973 krijgt Amnesty International ruime bekendheid in Vlaanderen. Die bekendheid wordt nog versterkt door de handtekeningenactie die onderdeel is van de internationale anti-martelcampagne, waarbij in België alleen al twintigduizend handtekeningen worden verzameld, waaronder deze van ministers en volksvertegenwoordigers zoals Wilfried Martens en Karel Van Miert. 
In 1976 besteedt Panorama, een veel bekeken actualiteitenprogramma van de BRT, een hele uitzending aan Amnesty International. Het geeft een uniek tijdsbeeld van de pioniersjaren. Het brengt de secretariaten in Londen en Brussel in beeld en verwijst naar het prille begin met het krantenartikel ‘The Forgotten Prisoners’. De belangrijkste aspecten van het werk in de eerste vijftien jaar worden in beeld gebracht: schrijven van brieven, voeren van onderzoek, schrijven van rapporten en de werking van de adoptiegroepen. Er wordt ook uitvoerig ingegaan op het werkterrein. De focus ligt op gewetensgevangenen, zij die gevangen zitten omwille van hun mening en geen geweld hebben gebruikt. Maar geweld of niet: als iemand wordt gemarteld worden alle drukkingsmiddelen ingezet. De tijdsgeest staat open voor de bekommernissen van Amnesty International. Regelmatig worden naast verslag over de acties ook interviews gebracht met prominenten van de beweging. Zo wordt Hanneke Verploeg reeds in 1976 voor het BRT-journaal geïnterviewd over de martelcampagne.
De aandacht voor maatschappelijke kwesties en dus de thema’s van Amnesty International past in de tijdsgeest van de journalistiek algemeen en van de BRT in het bijzonder. Zijn de reporters in de jaren 1960 nog vrij gezagsgetrouw, in de jaren 1970 domineert de kritische journalistiek. In 1978 wordt naar aanleiding van het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië actie gevoerd om aandacht te vragen voor de martelpraktijken onder de dictatuur van Videla. Het BRT-journaal geeft hierbij duiding en laat naast voor- en tegenstanders van een boycot ook de voorzitter van Amnesty International Vlaanderen aan het woord, Willy Laes. Hij verdedigt de vraag naar een boycot van Amnesty International vanuit het standpunt dat het wereldkampioenschap in Argentinië duidelijk is wat we vandaag ‘sportswashing’ zouden noemen.
Amnesty International heeft zijn wortels in de UVRM, de universele Verklaring van de rechten van de mens en dat is door de jaren heen gekoesterd en jaarlijks herdacht op 10 of rondom 10 december. Vandaag de dag zijn dat ook de schrijfmarathons en de verkoopstandjes naar aanleiding van de eindejaarperiode. In de jaren 1970 werd het herdacht met acties en betogingen en daar was de pers een vaste afspraak. In het BRT-archief zijn fragmenten te vinden van diverse manifestaties en betogingen, stille wakes en fakkeltochten. 
Het 25-jarig bestaan van Amnesty International in 1986 gaat niet ongemerkt voorbij en ook hier zijn de media aanwezig. Het BRT-journaal heeft er ruime aandacht voor, zowel voor de meer mediagenieke acties als voor een extra woord van de Amnesty-voorzitter, Guido Rijckmans. Op 3 december 1986 wordt zelfs een reportage uitgezonden die volledig gewijd is aan de werking van Amnesty International.
Bijdrage over 25 jaar Amnesty International, uit het BRT-journaal van 3 december 1986 (video, 3 min.) (Collectie Amsab-ISG)

Terug naar de inhoudsopgave

Nobelprijs voor de Vrede

Naast de Campaign Against Torture vanaf 1972 brengt ook de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede in 1977 een extra versnelling. Amnesty International telt dan wereldwijd 1874 groepen in 33 landen. 
Op 10 december 1977 ontving Amnesty International de Nobelprijs voor de Vrede 1977. De motivering van het Nobelcomité luidde als volgt: 'In de bijna dertig jaar die verstreken zijn sinds het uitvaardigen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties, hebben positieve krachten in vele landen ervoor gestreden deze idealen te verwezenlijken. In dezelfde tijd was de wereld getuige van een toenemende gewelddadigheid en een internationalisering van het geweld, terrorisme en martelingen. In deze situatie heeft Amnesty International er zijn krachten aan gewijd de waarde van het menselijke leven te beschermen. Amnesty International heeft de mensen die vanwege hun ras, hun godsdienst of hun politieke overtuiging opgesloten werden, praktische humanitaire en onpartijdige steun verleend.' 
Willy Laes in De Nieuwe Maand, februari 1978. 
Het bestuur van Amnesty International benadrukt in het dankwoord de impact van de toekenning van de Nobelprijs. De Nobelprijs betekent de internationale erkenning van het fenomeen van de politieke gevangenen. De Nobelprijs is dan ook voor hen en voor de tweehonderd duizend leden van Amnesty International.
Uitreiking Nobelprijs voor de Vrede aan Amnesty International, uit een benefietuitzending van BRT en VPRO voor 25 jaar Amnesty International, 1986 (video, 1 min.) (Collectie Amsab-ISG)
In 1986 wordt de 25ste verjaardag van Amnesty International uitgebreid in de verf gezet en natuurlijk worden daarbij ook beelden getoond van de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede. Bij die gelegenheid wordt aan Thomas Hammerberg, de secretaris-generaal, gevraagd naar de toekomstplannen van Amnesty Internationaal voor de volgende 25 jaar. De droom is om zichzelf overbodig te maken, maar het besef is er dat de brieven nog lang nodig zullen zijn. Zowat de helft van de landen heeft in 1986, na 25 jaar Amnesty International, nog altijd gewetensgevangenen, in een derde van de landen wordt gefolterd en twee derde kent nog de doodstraf. Dat geeft aan hoeveel er nog te doen is voor Amnesty International na de pioniersjaren.

Terug naar de inhoudsopgave

Tijdslijn 1961-1980

1961
  • 28 mei, artikel ‘The Forgotten Prisoners’ van Peter Benenson in de Britse zondagskrant The Observer over gevangenen omwille van kwesties rond geweten en politieke overtuigingen. 
  • Herman Todts, Louis Kieboom en Hendrik Verjans informeren en engageren zich. 
  • 22-23 juli, in Luxemburg vindt een eerste internationale vergadering plaats met deelnemers uit onder andere Frankrijk, Duitsland, België, Ierland, Groot-Brittannië. 
  • Deze eerste internationale bijeenkomst in Luxemburg is de aanzet tot het oprichten van groepen in verschillende landen. Snel volgen de eerste internationale groepen, vooral met schrijfacties. 
1962
  • 30 september, tweede internationale conferentie in het Kasteel van Male nabij Brugge rond het thema 'Hulp aan de vervolgden van de wereld’ en de kwestie ‘Amnestie of Amnesty’? Het wordt Amnesty International. 
1963
  • Oprichting van een apart internationaal secretariaat in Londen en een uitvoerend comité. 
  • De basis van Amnesty International zijn de lokale groepen. 
1964 
  • De definitie van gewetensgevangenen omvat enkel geweldloos verzet, maar Amnesty International vraagt ook een eerlijke behandeling voor alle gevangenen. 
  • Amnesty International krijgt raadgevende bevoegdheid bij de Verenigde Naties en de Raad van Europa, en adviserende status in de Sociale en Economische Raad van de VN. 
1965 
  • Internationale vergadering in Scheveningen met oprichting van een speciaal noodfonds voor de financiering van noodmissies naar processen waar vermoedelijk doodvonnissen zullen worden uitgesproken. 
  • Augustusforum van de Verenigde Naties, Amnesty International steunt een resolutie waarin de intrekking en afschaffing van de doodstraf voor politieke misdrijven in vredestijd wordt geëist. 
1966
  • Internationale vergadering in Kopenhagen met groeiende bezorgdheid over martelingen en het gebruik ervan door regeringen. 
  • In 1966 wordt het thema martelingen opgenomen in samenwerking met het Internationale Comité van het Rode Kruis. 
1967
  • In Vlaanderen zijn er enkel losse internationale leden. 
  • De beweging opgestart in 1961 deemstert weg, Vlaams en ook internationaal. Individueel lidmaatschap geeft de organisatie een nieuwe aantrekkingskracht en een nieuw elan. 
1968 
  • Hanneke Verploeg start op vraag van Nederlandse leden van Amnesty International met Nederlandstalige groepen in België, eerst een eigen groep in Brussel en dan in 1969 een jongerengroep. Eerste klein secretariaat. 
  • Terzelfdertijd vraagt Londen aan de Franstalige Liga voor Mensenrechten om Franstalige groepen op te richten. 
  • Oprichting van de Nederlandse sectie die mee aan de basis ligt van het latere Amnesty International Vlaanderen. 
1970
  • Eerste Franstalige afdeling in Brussel in nauwe samenwerking met de Liga voor Mensenrechten.
1971
  • Eerste Nederlandstalige jongerengroep. 
1972
  • Fusie van de jongerengroepen met de gewone groep, de Vlaamse afdeling krijgt vorm. 
  • Uitbreiding van het mandaat met martelingen. 
  • Internationaal start de Campaign Against Torture, de campagne tegen folteringen en martelingen. 
  • Amnesty International gaat de doodstraf beschouwen als een schending van het recht niet te worden blootgesteld aan martelingen.  
1973
  • Bezoek Martin Ennals, secretaris-generaal van Amnesty International, aan Brussel. 
  • Veel aandacht van de pers in kranten, radio en televisie. 
  • Verhoogde activiteiten van de Amnesty-groepen. 
  • Eerste Urgent Action, een spoedactie voor Luiz Basilio Rossi.
  • Oprichting van een officiële sectie Amnesty International België. 
  • September, de statuten van de vzw Amnesty Vlaanderen verschijnen in het staatsblad, met onder meer Herman Todts bij de ondertekenaars. 
  • Internationale conferentie in Schilde met nog steeds de anti-martelcampagne.  
1974
  • Beslissing van het internationaal bestuur om zich volledig in te zetten voor de afschaffing van de doodstraf. 
1975
  • Grote Argentinië-campagne.
  • Acties in het kader van het Jaar van de Vrouw. 
  • Campagne Week van de Gewetensgevangenen.  
1976 
  • Amnesty International krijgt de Erasmusprijs voor buitengewone bijdragen op het vlak van geesteswetenschappen, sociale wetenschappen of de kunsten, in Europa of daarbuiten. 
1977
  • Uitbreiding van het werkterrein met acties tegen de doodstraf. 
  • Internationale conferentie in Stockholm met start van de campagne tegen de doodstraf. 
  • Jaar van de gewetensgevangene, met grootschalige petitie.
  • Eerste grote internationale fondsenwervingscampagne met affiches gemaakt door bekende internationale kunstenaars. 
  • Fakkeltocht door Brussel langs de ambassades.
  • Amnesty International ontvangt de Nobelprijs voor de Vrede.
  • Vlaams Amnesty-secretariaat verhuist naar Leuven in de Blijde inkomststraat.
1978
  • Wereldbeker voetbal in Argentinië met protestacties van Amnesty International. 
  • Internationaal jaar tegen apartheid.
  • Oprichting vzw Amnesty International Vlaanderen.
  • Amnesty International krijgt de Mensenrechtenprijs van de Verenigde Naties.
1979
  • International Council Meeting in Leuven.
  • Aandacht voor een nieuwe vorm van repressie: verdwijningen.
1980
  • Eerste directeur Amnesty International Vlaanderen, Annie Andriessen.
  • Internationaal nieuw terrein: verdwijningen en politieke moorden.

Terug naar de inhoudsopgave

Suggesties voor verder lezen ...

Amnesty International. 'Amnesty International Annual Reports.' Laatst geraadpleegd 2 juli 2026.
Amnesty International Vlaanderen. 'Geschiedenis.' Laatst geraadpleegd 2 juli 2026.
Benenson, Peter. Persecution 1961. Penguin Books, 1961.
Carmody, Michelle. 'Amnesty International: een blik vanuit Vlaanderen.' Brood & Rozen 29, nr. 1 (2024): 48-71.
     Zie ook het MSC-project Making Amnesty international
De Scheemaeker, Bram. 'De flakkerende vlam. De vergeten geschiedenis van Amnesty International in België.' Masterproef Rijksuniversiteit Gent, 2001.
Hone, Alice. 'Amnesty International Archives: A Global Human Rights Movement.' YouTube video, 7:48. 23 februari 2023.
     Zie ook de onlinecatalogus van dit archief (IISG, archief 200)
Langouche, Jessica. 'Het archief van Amnesty International Vlaanderen.' Brood & Rozen 16, nr. 4 (2011): 76-83.
Langouche, Jessica. Inventaris van het archief van Amnesty International Vlaanderen (1961-2010). Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, 2013.
     Zie ook de onlinecatalogus van dit archief (Amsab-ISG, archief 455).

Terug naar de inhoudsopgave

纸飞机下载tg官网tg下载纸飞机官网