Brood & Rozen, meer dan een titel
Door Nina Moens, medewerker publiekswerking bij Amsab-ISG
Wie Amsab-ISG kent, kent zonder twijfel het tijdschrift Brood & Rozen. Op de website staat het als volgt omschreven: ‘Brood & Rozen is het meest veelzijdige tijdschrift over sociale geschiedenis in Vlaanderen. Zowel gerenommeerde professoren als jonge, beginnende vorsers, auteurs buiten de academische wereld en erfgoedwerkers brengen er de rijke geschiedenis van sociale bewegingen tot leven.’ Maar waar komt de titel Brood & Rozen vandaan?
‘Bread for all, and roses too.’ Die woorden zouden Amerikaanse suffragettes in 1911 voor het eerst gebruikt hebben tijdens de ‘automobile campaign’, een campagne voor vrouwenstemrecht die het hele land doorkruiste. Een van hen, Helen M. Todd, vermeldde ‘Bread and Flowers’ in haar speech en schreef erover in The American Magazine in september van datzelfde jaar. In dat artikel vertelt ze over een gesprek met de vrouwen waarbij ze tijdens de campagne verbleef. Ze citeert Maggie, een van hen, over wat haar was bijgebleven van de toespraak: ‘If you want to know of what I liked the best in the whole meetin’ [...] it was that about the women’s votin’ so’s everybody would have bread and flowers too.’ De vrouw vroeg zelfs om voor haar 92-jarige moeder een kussen te versieren met de woorden ‘Bread and Flowers’. Uiteindelijk werd het ‘Bread for all, and roses too’.1

Helen M. Todd. (Helen M. Todd - Wikipedia)
Niet veel later pikte James Oppenheim, een Amerikaanse dichter, de uitspraak op en verwerkte ze in zijn gedicht Bread and Roses. Oppenheim was naast dichter ook schrijver en redacteur. Zijn werk reflecteert zijn passie voor sociale rechtvaardigheid.2 Het gedicht verscheen ook in The American Magazine, in december 1911, twee maanden na het verhaal van Helen M. Todd. Het gaat over vrouwelijke arbeiders die niet langer onder het juk van mannen willen leven.3 Enkele jaren nadien, in 1916, zette muzikante Caroline Kohlsaat de tekst op muziek.

James Oppenheim, 1928. (James Oppenheim - Wikipedia)

Het gedicht van James Oppenheim in The American Magazine, december 1911.
Het gedicht werd later ook vertaald in het Nederlands. De vertaler is onbekend.
Vrouwen trekken door de straten, het lijkt wel of de zon verrees
in millioenen doffe keukens, in duizend maffe ateliers
Al die vrouwen hebben eindelijk voor de vrijheid nu gekozen
en ze zingen : "Geef ons brood, maar geef ons voortaan ook eens
rozen".
Vrouwen trekken door de straten, uitgestapt uit het gareel
Zij verlangen in het leven van de kansen ook hun deel.
Een gareel is goed voor ossen, maar voor mensen uit den boze.
Ja, we willen brood, natuurlijk, maar we willen ook graag rozen.
Vrouwen trekken door de straten, het gaat ook om de man zijn recht,
die precies als al die vrouwen om de broodvraag blijft geknecht,
't Leven is niet om te zwoegen in zo'n sleur, dat uitzichtloze,
ook een hart kan soms verhongeren, geef ons brood maar geef ook
rozen.
Vrouwen trekken door de straten en hun lied is eeuwen oud,
maar het werd steeds binnenskamers al gesmoord en weggesnauwd.
Nu, ontwaakt uit haar hypnose, kiest ze zelf, wordt niet gekozen.
En de vrouw verdient haar brood, en kijk ze plukt ook zelf haar rozen!4
In januari 1912, een maand nadat het gedicht van Oppenheim was verschenen, brak er een staking uit in Lawrence, Massachusetts in de Verenigde Staten. Een nieuwe wet bepaalde dat de arbeidstijd van vrouwen en kinderen niet langer 56 uur, maar 54 uur per week werd. Die wetswijziging veroorzaakte oproer. In de eerste plaats omdat 54 uur per week nog altijd heel veel was. Alle arbeiders, vrouwen, kinderen én mannen, werkten zich in die periode kapot. Ten tweede omdat niet alleen de arbeidstijd daalde, maar ook het loon naar beneden ging met 0,32 cent per dag. Vandaag lijkt dat niet veel, maar toen betekende dat voor veel gezinnen het verschil tussen brood op de plank of honger.5
De vrouwen van de Everett Mill-fabriek besloten als eersten dat het genoeg geweest was. Ze legden het werk neer en trokken de straat op. Onderweg moedigden ze nog honderden en op den duur zelfs duizenden arbeiders aan om zich bij hen aan te sluiten. In totaal namen zo’n 25.000 mensen deel aan de staking.6 Het ging er met momenten hard aan toe en uiteindelijk groeide de staking uit tot een ware machtsstrijd tussen fabrieksbazen, politici, vakbonden en zelfs anarchisten.7 Maar het waren de ongeorganiseerde vrouwen die massaal op straat kwamen en het voortouw namen die vandaag nog steeds tot de verbeelding spreken. Van de ene op de andere dag, verbonden door solidariteit, zetten ze alle acties op poten over de grenzen van gender en taal heen – bij de arbeiders in Lawrence waren maar liefst 51 nationaliteiten.8 En het verhaal gaat dat door de straten ‘We want bread and roses, too’ galmde. Later kreeg de staking dan ook de naam Bread and Roses Strike.

Vrouwelijke stakers, 1912. (The Strike | DPLA)
Maar waarom precies brood en rozen? Brood stond symbool voor het recht op basisbehoeften. Die keuze was snel gemaakt aangezien de mensen toen hoofdzakelijk brood aten. Maar mensen leven niet van brood alleen. Ze eisten ook rozen: meer levenskwaliteit, onderwijs, vrije tijd en cultuur en een stem in de samenleving.
Veel minder bekend, is dat diezelfde eisen in deze periode ook in Europa te horen waren, waar vrouwen gelijkaardige grootschalige protesten trokken. Op 23 februari 1917 vond in Rusland de Internationale Vrouwendag plaats.9 Op verschillende plaatsen waren er samenkomsten, maar de sfeer was aan de vooravond van de revolutie gespannen. Vrouwen werden de dagen ervoor opgeroepen om standpunt in te nemen, maar onverwacht en spontaan brak er die dag een grote staking uit. Ze riepen voor brood en vrede en hadden een, lang onderschatte, maar grote rol bij het uitbreken van de Februarirevolutie waarbij ze rechtstreeks de confrontatie opzochten. De volgende dagen organiseerden vrouwelijke arbeiders nog meer protestacties.10 Goldberg Ruthchild beschrijft een confrontatie tussen betogers en Kozakken die als ordetroepen werden ingezet:
‘On Nevskii Prospekt demonstrators faced another group of Cossacks. A young woman moved out of the crowd and walked toward the troops, carrying a package. Suddenly, she tore off the wrapping paper to reveal a bouquet of red roses, which she presented to the officer in charge. He took the flowers, to cries of ‘Hurrah’ from the crowd.’11
En zo is brood nooit veraf van rozen. Ook dichter bij huis trokken strijdvaardige vrouwen massaal de straat op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1916, brak er in Gent meermaals protest uit door vrouwelijke arbeiders die honger leden.12
De exacte herkomst van ‘Brood en Rozen’ blijft echter nog altijd in mysterie gehuld. De slogan moest vermoedelijk al vroeger rond hebben gewaard, ook in Europa. Voornamelijk in de literatuur, en meer specifiek in de poëzie, komen we die tegen. Zo verwijst Ludo Abicht naar een vers uit het gedicht Deutschland. Ein Wintermärchen uit 1844 van Heinrich Heine, waarin hij zich kritisch uitlaat over zijn geboorteland:13
Wir wollen auf Erden glücklich sein
Und wollen nicht mehr darben;
Verschlemmen soll nicht der faule Bauch,
Was fleißige Hände erwarben
Es wächst hienieden Brot genug
Für alle Menschenkinder,
Auch Rosen und Myrten,
Schönheit und Lust,
Und Zuckererbsen nicht minder.
Ja, Zuckerebsen für jedermann,
Sobald die Schoten platzen!
Den Himmel überlassen wir
Den Engeln und den Spatzen
In de specifieke verzen die we hier aanhalen, zijn duidelijke gelijkenissen te zien. Zo benadrukt Heine het belang van gelukkig zijn en verwijst hij daarbij naar uithongering en te zware arbeid. Heine koppelt rozen hier aan ‘schoonheid’. Een korte zoektocht leert dat de roos daar inderdaad vaak symbool voor staat.
Rozen als symbool vinden we ook terug in religieus literair werk. Aan het einde van de 19e eeuw schreef Hélène Swarth het werk Diepe Wateren waarin een sonnet staat met de titel Brood en Rozen. Dat sonnet is gebaseerd op het heiligenleven van Elisabeth van Thüringen en de gelijkaardige legende van Elisabeth van Portugal.14 Marie-Elisabeth Belpaire schreef in diezelfde periode ook het gedicht Liefderozen over de heilige Elizabeth. In die legende verwijzen brood en rozen naar liefdadigheid en goddelijke interventie, maar in religieuze context staat de roos ook vaak symbool voor ‘menselijke hartstochten, die van voorbijgaande aard zijn (lustbevrediging, vreugde van wijn, betovering ...)’.15 In diezelfde lijn is er nog een vaak terugkerende uitspraak die opvalt: ‘Heb je twee broden, verkoop er dan een en koop een bloem, want bloemen zijn het voedsel voor de ziel’. De herkomst en het auteurschap zijn niet duidelijk. Er wordt verwezen naar een Perzische filosoof, een Griekse filosoof en zelfs naar Mohammed. Ook de bewoording varieert: de bloemen zijn soms narcissen en elders weer rozen.
Het lied, gebaseerd op het gedicht van James Oppenheim, wordt tot vandaag nog op muziek gezet. Cobi Schreijer deed dat zelfs in het Nederlands, en recent kreeg het een passage in de film Pride. Sonja Prins, een dichteres die in Nederland ook actief was in communistische kringen, bracht in 1953 een dichtbundel uit met de titel Brood en Rozen.16 Een aantal van de gedichten schreef ze in het concentratiekamp waar ze gevangene was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verschillende boeken met trefwoorden als klasse, identiteit, gender en racisme dragen de titel Brood en Rozen.16 Er is zelfs een historische roman uit 1958, geschreven door Marja Roc (pseudoniem voor Margaretha Jacoba van Dam), met de titel Brood en Rozen, waarin het vrouwelijke hoofdpersonage het voor zichzelf opneemt in de mannenwereld.17
Grote uitspraken over de invulling van brood en rozen en waar de herkomst juist ligt, vragen echter meer diepgaand onderzoek. Toch is het zinvol te reflecteren over de continuïteit van het begrip, omdat zo duidelijk wordt hoe diepmenselijk de vraag naar brood en rozen was, en nog steeds is. In diverse kringen van feministische en mensenrechtenactivisten groeide het uit tot een krachtig symbool voor de strijd voor gelijkheid. Die strijd wordt vandaag nog altijd gevoerd en dus blijft de slogan brandend actueel. Zo bestaat er in Argentinië een feministische organisatie met de naam Pan y Rosas.18 In Frankrijk is er du Pain et des Roses, gelieerd aan de trotskistische partij Révolution Permanente.19 In 1996 had de zesde World Women’s Conference of The International Confederation of Free Trade Unions een campagnebeeld met brood, rozen en een rijstkom.20 In 1995 was er in Québec, Canada, een grote tiendaagse vrouwenbetoging tegen armoede en ongelijkheid met de naam La Marche du Pains et des Roses. De dertigste verjaardag werd recent, in oktober 2025, herdacht met een nieuwe grootschalige protestmars.21
Hoewel de slogan Brood & Rozen vandaag nog altijd sterk resoneert, mogen we ze niet reduceren tot een cliché. De protesten mochten dan wel oorspronkelijk gedragen zijn door vrouwen, ze gingen nooit over vrouwenrechten alleen. Brood en rozen inspireert niet alleen feministisch, maar ook antiracistisch, dekoloniaal, klasse-, klimaat- en LGBTQIA+-activisme. Het gaat om de strijd tegen onrecht en ongelijkheid. De strijd voor een menswaardig bestaan. En die strijd zet het tijdschrift Brood & Rozen al dertig jaar lang in de kijker.
1. Helen M. TODD, Getting out the vote. An account of a week’s automobile campaign by women suffragists. In: The American Magazine, (1911)5, pp. 611-619
2. Zijn gedachtegoed zal hem zijn aanstelling als leerkracht op een meisjesschool kosten. Voor de school waren zijn overtuigingen te ‘radicaal’. Zie: archives.nypl.org -- James Oppenheim papers. Laatst geraadpleegd op 16/12/2025.
3. James OPPENHEIM, Bread and roses. In: The American Magazine, 1911, p. 214.
4. Guy VANSCHOENBEEK, Brood & Rozen. Na het verhaal en de slagzin, het lied. In: Brood & Rozen, (1996)3, pp. 58-59.
5. Guy VANSCHOENBEEK, We want bread and roses too: de staking in Lawrence (USA), 1912. In: Brood & Rozen, (1996)2, pp. 78-80.
6. Guy VANSCHOENBEEK, We want bread and roses too […], p. 78.
7. Ook enkele stakers lieten het leven in het geweld, zoals Anna LoPizzo, een Italiaanse, die werd gedood door politie. Zie: Bruce WATSON, Bread&Roses. Mills, migrants, and the struggle for the American dream, Londen: Penguin Books, 2005, pp. 106-107.
8. Arbeiders kwamen van heinde en ver om in de Amerikaanse fabrieken te werken, onder meer uit Italië, Duitsland, Polen, Nederland, België (voornamelijk Wallonië), Frankrijk, maar ook Syrië en Canada. Zie: Bruce WATSON, Bread&Roses […], p. 8.
9. Volgens de Juliaanse kalender (die toen in Rusland werd gebruikt) en dus 8 maart volgens de Gregoriaanse kalender.
10. Rochelle GOLDBERG RUTHCHILD, Equality & Revolution. Women’s rights in the Russian Empire, 1905-1917, Pittsburgh: University of Pittsburgh Press, 2010, pp. 218-221.
11. Rochelle GOLDBERG RUTHCHILD, Equality & Revolution […], pp. 221-222.
12. Giselle NATH, Brood willen we hebben! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog in België, Antwerpen: Uitgeverij Manteau, 2013, pp. 238-243.
13. Ludo Abicht haalt in zijn essay Brood, rozen en utopie die gelijkenis aan. Is het toeval? Of hadden Duitse immigranten wel degelijk een invloed op de Amerikaanse arbeidersbeweging? Zie: Ludo ABICHT, Brood, rozen en utopie, Gent: Kritiek, 1987, p. 173.
14. In het verhaal wil de adellijke vrouw broden brengen naar de armen, verstopt onder haar mantel, maar haar echtgenoot verdenkt haar van diefstal en wanneer die haar mantel weghaalt, vindt hij geen broden, maar rozen. Zie: Elisabeth van Thüringen | KRO-NCRV. Laatst geraadpleegd op 30/04/2026.
15. Zie: Symbool: roos. Laatst geraadpleegd op 06/05/2026.
16. Zie bijvoorbeeld de boeken van Anja Meulenbelt en Andrea d’Atri.
17. Er is weinig terug te vinden over deze roman, maar in de Nederlandse krant De Gooi- en Eemlander van 31 januari 1959 vonden we een recensie.
18. Zie: Pan y Rosas. Laatst geraadpleegd op: 04/08/2026.
19. Zie: Du Pain et des Roses. Laatst geraadpleegd op: 04/08/2026.
20. Guy VANSCHOENBEEK, Brood & Rozen. Na het verhaal en de slagzin, het lied. In: Brood & Rozen (1996)3, pp. 58.
21. Zie: Pain et roses, droits et luttes - STTCSN. Laatst geraadpleegd op: 04/08/2026.






