(Hi)stories

Een blik op de verborgen geschiedenissen achter het erfgoed in onze collectie.

Brood & Rozen, het tijdschrift van Amsab-ISG, bestaat 30 jaar! Maar waar komt die naam eigenlijk vandaan?

Lees er alles over in dit artikel over de geschiedenis van ‘We want bread and we want roses too’, de legendarische slogan achter de naam van ons tijdschrift. 

Brood & Rozen, meer dan een titel

Door Nina Moens, medewerker publiekswerking bij Amsab-ISG

Wie Amsab-ISG kent, kent zonder twijfel het tijdschrift Brood & Rozen. Op de website staat het als volgt omschreven: ‘Brood & Rozen is het meest veelzijdige tijdschrift over sociale geschiedenis in Vlaanderen. Zowel gerenommeerde professoren als jonge, beginnende vorsers, auteurs buiten de academische wereld en erfgoedwerkers brengen er de rijke geschiedenis van sociale bewegingen tot leven.’ Maar waar komt de titel Brood & Rozen vandaan? 

Bread for all, and roses too.’ Die woorden zouden Amerikaanse suffragettes in 1911 voor het eerst gebruikt hebben tijdens de ‘automobile campaign’ voor vrouwenstemrecht. Een van hen, Helen M. Todd, vermeldde ‘Bread and Flowers’ in haar speech en schreef erover in The American Magazine in september van datzelfde jaar. Daarin vertelt ze over een gesprek met de vrouwen waarbij ze tijdens de campagne verbleef. Ze citeert Maggie, een van hen, over wat haar was bijgebleven van de toespraak: ‘If you want to know of what I liked the best in the whole meetin’, she said, ‘it was that about the women’s votin’ so’s everybody would have bread and flowers too.’ De vrouw vroeg zelfs om voor haar 92-jarige moeder een kussen te versieren met de woorden ‘Bread and Flowers’. Uiteindelijk werd het ‘Bread for all, and roses too’.1

Helen M. Todd. (Helen M. Todd - Wikipedia

 

Niet veel later pikte James Oppenheim, een Amerikaanse dichter, de uitspraak op en verwerkte ze in zijn gedicht Bread and Roses. Oppenheim was naast dichter ook schrijver en redacteur. Zijn werk reflecteert zijn passie voor sociale rechtvaardigheid.2 Het gedicht verscheen ook in The American Magazine, in december 1911, twee maanden na het verhaal van Helen M. Todd. Het gaat over vrouwelijke arbeiders die niet langer onder het juk van mannen willen leven.3 Enkele jaren later, in 1916, zette Caroline Kohlsaat de tekst op muziek. 

 

James Oppenheim, 1928. (James Oppenheim - Wikipedia)

Het gedicht van James Oppenheim in The American Magazine, december 1911.

Het gedicht is later ook vertaald in het Nederlands. De vertaler is onbekend.

Vrouwen trekken door de straten, het lijkt wel of de zon verrees
 in millioenen doffe keukens, in duizend maffe ateliers 
Al die vrouwen hebben eindelijk voor de vrijheid nu gekozen 
en ze zingen : "Geef ons brood, maar geef ons voortaan ook eens 
rozen". 
 
Vrouwen trekken door de straten, uitgestapt uit het gareel 
Zij verlangen in het leven van de kansen ook hun deel.
Een gareel is goed voor ossen, maar voor mensen uit den boze. 
Ja, we willen brood, natuurlijk, maar we willen ook graag rozen. 
 
Vrouwen trekken door de straten, het gaat ook om de man zijn recht, 
die precies als al die vrouwen om de broodvraag blijft geknecht, 
't Leven is niet om te zwoegen in zo'n sleur, dat uitzichtloze, 
ook een hart kan soms verhongeren, geef ons brood maar geef ook 
rozen. 
 
Vrouwen trekken door de straten en hun lied is eeuwen oud, 
maar het werd steeds binnenskamers al gesmoord en weggesnauwd. 
Nu, ontwaakt uit haar hypnose, kiest ze zelf, wordt niet gekozen. 
En de vrouw verdient haar brood, en kijk ze plukt ook zelf haar rozen!
4

In januari 1912, een maand nadat het gedicht van Oppenheim was verschenen, brak er een staking uit in Lawrence, Massachusetts in de Verenigde Staten. Een nieuwe wet bepaalde dat de arbeidstijd van vrouwen en kinderen niet langer 56 uur maar 54 uur per week werd. Die wetswijziging veroorzaakte oproer. In de eerste plaats omdat 54 uur per week nog altijd heel veel was. Alle arbeiders, vrouwen, kinderen én mannen, werkten zich in die periode kapot. Ten tweede omdat niet alleen de arbeidstijd daalde, maar ook het loon naar beneden ging met 0,32 cent per dag. Vandaag lijkt dat niet veel, maar toen betekende dat voor veel gezinnen het verschil tussen brood op de plank of honger.5

De vrouwen van de Everett Mill-fabriek besloten als eersten dat het genoeg geweest was. Ze legden het werk neer en trokken de straat op. Onderweg moedigden ze nog honderden en op den duur zelfs duizenden arbeiders aan om zich bij hen aan te sluiten. In totaal namen zo’n 25.000 mensen deel aan de staking.6 Het ging er met momenten hard aan toe en uiteindelijk groeide de staking uit tot een ware machtsstrijd tussen fabrieksbazen, politici, vakbonden en zelfs anarchisten.7 Maar het zijn de ongeorganiseerde vrouwen die massaal op straat kwamen en het voortouw namen, die vandaag nog steeds tot de verbeelding spreken. Van de ene op de andere dag, verbonden door solidariteit, zetten ze alle acties op poten over de grenzen van gender en taal heen – bij de arbeiders in Lawrence waren maar liefst 51 nationaliteiten.8 En het verhaal gaat dat door de straten ‘We want bread and roses, too’ galmde ... Later kreeg de staking dan ook de naam Bread and Roses Strike. 

Vrouwelijke stakers, 1912. (The Strike | DPLA)

De exacte herkomst van ‘Brood en Rozen’ blijft echter nog altijd in mysterie gehuld. De slogan moet vermoedelijk al vroeger rond hebben gewaard, ook in Europa. Zo is weleens verwezen naar een vers uit het gedicht Deutschland.9 Ein Wintermärchen uit 1844 van Heinrich Heine: 

Es wächst hienieden Brot genug
Für alle Menschenkinder,
Auch Rosen und Myrten, Schönheit und Lust,
Und Zuckererbsen nicht minder.
 

Binnen de vrouwen- en arbeidersbeweging groeide ‘Brood en Rozen’ uit tot een symbool voor hun strijd. Maar waarom brood en rozen? Brood stond symbool voor het recht op basisbehoeften, tegen honger. Die keuze was snel gemaakt aangezien de mensen toen hoofdzakelijk brood aten. Maar mensen leven niet van brood alleen. Ze eisten ook rozen: voor meer levenskwaliteit, onderwijs, vrije tijd en cultuur en voor een stem in de samenleving. 

Tot op vandaag komen we de slogan tegen. Boeken en films dragen de titel Bread and Roses/Brood en Rozen. En het lied, naar het gedicht van James Oppenheim, kreeg recent nog een passage in de film Pride. ‘Brood en Rozen’ staat vandaag dan ook voor een brede oproep tot rechtvaardigheid, want in elke vorm van protest en verzet gaan basisrechten en levenskwaliteit hand in hand.

1. Helen M. TODD, Getting out the vote. An account of a week’s automobile campaign by women suffragists. In: The American Magazine, (1911)5, pp. 611-619

2. Zijn gedachtegoed zal hem zijn aanstelling als leerkracht op een meisjesschool kosten. Voor de school waren zijn overtuigingen te ‘radicaal’. Zie: archives.nypl.org -- James Oppenheim papers. Laatst geraadpleegd op 16/12/2025.

3. James OPPENHEIM, Bread and roses. In: The American Magazine, 1911, p. 214. 

4. Guy VANSCHOENBEEK, Brood & Rozen. Na het verhaal en de slagzin, het lied. In: Brood & Rozen, (1996)3, pp. 58-59.

5. Guy VANSCHOENBEEK, We want bread and roses too: de staking in Lawrence (USA), 1912. In: Brood & Rozen, (1996)2, pp. 78-80.

6. Guy VANSCHOENBEEK, We want bread and roses too […], p. 78.

7. Ook enkele stakers lieten het leven in het geweld, zoals Anna LoPizzo, een Italiaanse, die werd gedood door politie. Zie: Bruce WATSON, Bread&Roses. Mills, migrants, and the struggle for the American dream, Londen: Penguin Books, 2005, pp. 106-107. 

8. Arbeiders kwamen van heinde en ver om in de Amerikaanse fabrieken te werken. Alleen al in Lawrence waren er maar liefst 51 nationaliteiten: onder meer uit Italië, Duitsland, Polen, Nederland, België (voornamelijk Wallonië), Frankrijk, maar ook Syrië en Canada. Zie: Bruce WATSON, Bread&Roses […], p. 8.

9 Ludo Abicht haalt in zijn essay Brood, rozen en utopie die gelijkenis aan. Is het toeval? Of hadden Duitse immigranten wel degelijk een invloed op de Amerikaanse arbeidersbeweging? Zie: Ludo ABICHT, Brood, rozen en utopie, Gent: Kritiek, 1987, p. 173.