Het AMVB verzekert de verwerving, het beheer, het onderzoek en de valorisatie van archieven en collecties van de Nederlandstalige Brusselse erfgoedgemeenschappen.

Logo AMVB

Fotogalerij Kinneklopper

KINNEKLOPPER
tekst door Frank Vanhaecke – Historicus

Het ‘AMVB bewaart, inventariseert en ontsluit het roerend en immaterieel erfgoed van Nederlandstalige Brusselse organisaties, personen en families’. Serieus genomen denk je dan aan documenten en waardevolle memorabilia. Maar niets zegt eigenlijk dat dit erfgoed ook een ‘letterlijke’ historische betekenis moet hebben en niet overdrachtelijk, surrealistisch of absurd mag zijn of zelfs nonsens tout court. Struinend door het archief van het AMVB is het aandeel ‘fictie’ eigenlijk behoorlijk groot, iets wat in de historische werkelijkheid natuurlijk niet anders is maar door hun op het eerste zicht on-documentair karakter verwacht je dergelijke stukken in een museum, wat eraan herinnert: het AMVB is archief én museum. Opzettelijke verwarringen tussen feit en fictie, tussen letterlijk en figuurlijk, kennen wij maar al te goed van onze grootmeester van het surrealisme René Magritte maar we kennen het jammer genoeg ook van het hedendaagse maatschappelijke misbruik ervan. Het surrealisme werkt geestverruimend, fake news geestvernauwend. En ja, er worden in het AMVB niet weinig van die geestverruimende objecten bewaard. Er zijn er zelfs die radicaal hallucinatorisch zijn. Neem nu die bokshandschoen met handvat. Als je je onwetend en van op afstand het nut ervan afvraagt, kom je uit bij een soort strafmachine weggeplukt uit In de strafkolonie van Franz Kafka. Een macaber instrument dat daarenboven duidelijk ontworpen is om zélf bediend te worden en dus sado-masochistische bedoelingen verraadt.

8-9 Hz golven

Daarmee was Marc’s geest uit de fles. Na de Kinneklopper volgt nog de TéléDecerveaulavage, een ‘ont-brainwashing’ machine zeg maar, die de ‘machiavellistische procedés van de subliminale beelden en de hypnotische effecten van de 8-9 Hz golven’ teniet doet, voorgesteld op een conferentie over ‘Televisie en geweld’ in Jette. En tenslotte ook de Welkom-Box, een soort reus bestaande uit ‘frigoboxen’, die als een ‘monument voor de vergeten klasse van de dagjesmensen’ wordt voorgesteld in Brussel en La Louvière in de jaren 1990. Het is allemaal heel geestig, heel schalks, een absurde humor met esprit, heel Brussels ook. Maar plots verandert zijn toon, Marc Cram gaat zitten en zegt: ‘Tot dusver de humor. Het ernstige werk is veel groter.’ Het is duidelijk dat dit een wat onwennige ernst is en een ommezwaai in onze ontmoeting. Marc Delarue is tevens occultist en tarotlezer, zijn hele leven al. Hij toont een Chakana van onder zijn hemd, een Incakruis dat de positieve kosmische straling opvangt. Aan de muur hangen prachtige tarotschilderijen. Daarenboven is hij een verdediger van de holistische wereldvisie waarin, kortweg, het hele universum een gelaagde samenhang heeft en alles met alles verband houdt. Deze samenhang, of ‘solidariteit’ tussen de dingen, de mensen, de bewegingen en de temperamenten uit zich in diverse tekenen of symbolen, van tarot en talismannen tot numerologie. Zijn werk bestaat uit opzoekingen rond de eeuwenoude Universele Synthese. Hij schreef tientallen wat gestoffeerde maar weliswaar klare teksten over het bovennatuurlijke maar ook bijvoorbeeld een kort Wereldhandvest van de 21e eeuw - 3e millennium. De idealen van de mens en van de maatschappij. Zijn methodiek daarbij is wat men zou kunnen noemen een ‘vertaling van de symbolen’. Hij vertaalt de (geheime) wetten van de natuur naar een maatschappelijke structuur. Dit had ik niet verwacht. Achter het schelmse object uit het AMVB schuilt een wereld van mysteries en reist een ambtenaar op rust als een doorwinterde occultist door het universum om tussendoor wat Brusselse surrealismen te produceren. Ik ben eerlijk gezegd wat ‘van de Kinneklopper geslagen’ wanneer ik bij hem buiten kom.

Kinnekloppers zijn de noodlottige mensen die willens nillens op hun honger moeten blijven zitten omdat ze uitgesloten worden van een of andere bedeling. Ter compensatie voor dat gemis mogen ze zich op de kin kloppen, met andere woorden niets eten of drinken. Een kinneklopper doet dat gewoonlijk stilletjes en miskend in zijn hoekje ver van alle smulpapen maar deze automatische Kinneklopper is duidelijk bedoeld om zich publiekelijk op de kin te kloppen. Is dit echt? Of is het een kunstinstallatie, een sculptuur die een beeldspraak uitbeeldt? Professor Nimbus Op naar de erfgoedschenker. In dit geval ook de auteur. Of moeten we zeggen de kunstenaar? MARC CRAM. Een man met een palindroom als naam moet iemand zijn die op zijn minst van taalaardigheden houdt, van betekenissen in twee richtingen. Eenmaal binnen in zijn onopvallend rijhuis in Anderlecht weet je niet echt meer wat ernstig is en wat humor want de man op leeftijd die je ontvangt, met zijn guitige oogjes en niet aflatende ironie, helpt je niet uit die twijfel, in tegendeel. De Kinneklopper dateert van 1991. Marc Cram, alias Marc Delarue, werkt zijn hele leven al bij het OCMW en weet hoe teleurgesteld de steuntrekkers de gebouwen van de sociale dienst verlaten. Voor hen ontwerpt hij de Kinneklopper en stelt hem bij de uitgang van het overheidsgebouw op zodat kinnekloppers publiekelijk en meteen hun ongenoegen kunnen uiten. Surrealistische kunst ontsproten aan de koker van een ambtenaar, dat kennen we wel in België. Maar tegelijk is het object ook echt een sociaal protest, ludiek en confronterend. En net als Marc Cram, die voortdurend hopt tussen het Nederlands en het Frans, is de onvertaalbare Kinneklopper op-en-top Brussels. Marc Cram presenteert zijn Kinneklopper op het uitvinderssalon Eureka in 1991, wat hem de titel van professor Nimbus oplevert en waar de Kinneklopper een spin-off krijgt als instrument voor zowat alle misdeelden, gaande van de teleurgestelde man met de vrouw-met-hoofdpijn tot degene die een ‘tournée générale’ heeft gemist. In dat laatste geval gebeurde het wel eens dat de benadeelde toch een pintje kreeg toegestopt na het kinkloppen en dat de Kinneklopper echt wel zijn nut had, wat evenwel nooit het geval was bij de teleurgestelde echtgenoot noch bij de arme steuntrekkers, merkt Marc Cram fijntjes op.

Als je moet ‘kinkloppen’ dan kan je erop rekenen dat je iets voorlopig niet (meer) krijgt. Een bekende uitdrukking, maar ook een praktisch instrument volgens de maker van deze ‘kinneklopper’. Marc Cram, alias Marc Delarue, werkte zijn hele leven bij het OCMW en wist hoe teleurgesteld de steuntrekkers de gebouwen van de sociale dienst vaak verlieten. Voor hen ontwierp hij de Kinneklopper. Hij plaatste het instrument bij de uitgang van de dienst, zodat kinnekloppers direct publiekelijk hun ongenoegen konden uiten. Dit maakte het object tot een sociaal protest, ludiek én confronterend tegelijk.